Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geeft van den omvang, waarin het mond- en klauwzeer in de jaren 1892—1920 heeft geheerscht.

Zeer duidelijk toont de grafiek aan, dat de toepassing van het afmaken de ziekte herhaaldelijk heeft geremd. *) Ongunstig steekt hiertegenover af het beeld, hetwelk de grafiek moest geven voor enkele tijdvakken, waarin niet werd afgemaakt en de ziekte juist een ontzaglijke uitbreiding verkreeg.

Te dezer plaatse moge ook in het bijzonder de aandacht gevestigd worden op de in Engeland met het afmaken bereikte resultaten, waaromtrent gegevens in het verslag der Engelsche reiscommissie (Bijlage III) zijn te vinden.

Bij de gunstige beoordeeling welke de Staatscommissie aan de afmaking wijdt, wil zij geenszins verhelen, dat de bestrijding door afmaking in Nederland ontegenzeglijk veel dieren en veel geld heeft gekost.

De Staatscommissie is echter overtuigd, dat zoowel het aantal op te offeren dieren als de kosten in de toekomst geringer zullen zijn, indien de bestrijding door afmaking wordt verbeterd overeenkomstig de voorstellen, welke daaromtrent in de hierna volgende bladzijden zullen worden gedaan. Bovenal evenwel zal strengere handhaving en naleving van de voorschriften noodig zijn.

Indien het ook in zeldzame gevallen mocht voorkomen, dat bij de afmaking zich nog toevalligerwijze smetstof verspreidt, dan mag dit niet beschouwd worden als de hoofdbron van de uitbreiding der ziekte, want de weinige gevallen, die daardoor zullen ontstaan, zijn nog wel te achterhalen en door afmaking op beperkte schaal uit te roeien.

Wanneer de afmaking faalt, ligt de schuld vooral bij de eigenaren van het vee, in het bijzonder bij sommige veehandelaren, die in weerwil van hunne wettelijke verplichting, het uitbreken der ziekte verzwijgen en bewust of onbewust besmet vee ter markt brengen en besmette melk aan melkfabrieken afleveren, waardoor de uitbreiding der ziekte zoo sterk bevorderd wordt, dat ook afmaken hiertegenover machteloos wordt.

Met eene oordeelkundige afmaking moet voorts gepaard gaan eene onverwijlde aangifte, als de ziekte ergens uitbreekt. Zonder een tijdige aangifte is het afmaaksysteem niet vol te houden. Geschiedt de aangifte tijdig, dan zal het aantal af te maken dieren gering zijn en de ziekte zal bij elke uitbraak dadelijk beteugeld kunnen worden. Dat ook ter zake van de aangifte de veehouders ernstig in gebreken zijn gebleven, leert het slot van het rapport der Schade-subcommissie (Bijlage I blz. XVII).

Verder moet de veehandel in zulke banen worden geleid, dat de veebeweging achteraf is na te gaan en aldus eventueele besmettingshaarden kunnen worden opgespoord. Ook op dit punt wordt uitvoerig hieronder teruggekomen.

*) Het Lid der Staatscommissie de Heer E. WESBONK meent, dat de grafiek geen recht geeft tot het trekken dezer conclusie.

Sluiten