Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Markttoezicht

«moeten worden schoongemaakt, niet op practische bezwaren kan stuiten. *) Ook «ware het z. i. gewenscht gemeentebesturen, waar veemarkten worden gehouden, te «verplichten tot het beschikbaar hebben van voldoende verblijfruimte van het aan te «voeren vee, waardoor overvulling van de tijdelijke stallen niet meer voorkomt. Het «Hoofdbestuur verklaart zich gaarne bereid zijne meening, indien door u gewenscht, «nader bij monde van een zijner afgevaardigden, uiteen te komen zetten en geeft «uwe Commissie de verzekering, dat het op prijs stelt het hem gevraagde advies, dat «het meent door bovenaangehaald rapport zoo goed mogelijk te hebben gegeven.*

Namens het Hoofdbestuur : A. Trompetter, Voorzitter. A. ezendam, Secretaris.

De Staatscommissie is van oordeel, dat overeenkomstig de door haar zooeven ontwikkelde denkbeelden en onder gebruikmaking van de aanwijzingen in bovenstaand rapport van het Hoofdbestuur van den Nederlandschen Bond van Veehandelaren vervat, een controle op de veebeweging in den veehandel, veelogementen, handelsstallen en weilanden met handelsvee ware in te stellen, in verband waarmede de veewet 1920, voor zooveel noodig, zal zijn aan te vullen.

Het toezicht op de veelogementen en handelsstallen ware ook dienstbaar te maken aan de ontsmetting dier inrichtingen en wel door het geven van zoodanige voorschriften omtrent bouw en gebruik dier inrichtingen, dat de mogelijkheid van hare afdoende en deugdelijke ontsmetting verzekerd zij.

De veewet 1870 draagt in art. 9 lid 2, den districtsveeartsen op, zooveel mogelijk de veemarkten te bezoeken.

De er mede verwant zijnde sluiting van veemarkten komt pas bij het dreigen, optreden of heerschen der ziekte aan de orde en wordt daarom later besproken. Toezicht op de veemarkten van Rijkswege is echter zelfs ook buiten het dreigen der ziekte van groot belang. De veewet 1920 regelt deze aahgelegenheid eenigszins anders. Art. 5 dier wet vordert bij algemeenen. maatregel van bestuur te geven voorschriften betreffende het veeartsenijkundig toezicht op de veemarkten, doch draagt tegelijkertijd aan de gemeenten, waar veemarkten worden gehouden, op, onder Koninklijke goedkeuring ter uitvoering van de Rijksvoorschriften eene verordening vast te stellen.

Een scherpe sanctie versterkt dit gebod, want art. 5 Hd 2 bepaalt eenvoudig, dat bij gebreke van zoodanige gemeentelijke verordening veemarkten in die gemeente verboden zullen zijn.

*) De ontsmetting van de veemarkten wordt door de Staatscommissie op blz. 93 besproken.

Sluiten