Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het komt de Staatscommissie voor, dat de veewet 1920 aldus eene juiste regeling heeft getroffen, omdat zij de gelegenheid laat de uitvoeringsvoorschriften ook aan de bestrijding van het mond- en klauwzeer dienstbaar te maken. De alsdan te treffen maatregelen hebben feitelijk ook meer dan opsporing van de ziekte ten doel. Niettemin is de bespreking in deze rubriek geen bezwaar, aangezien de maatregelen in ieder geval gewenscht zijn, ook buiten het dreigen der ziekte. Niet meer zooals over het algemeen tot dusver bij Ministerieele aanschrijvingen in zake toezicht op veemarkten veelal geschiedde, blijve het export-belang de hoofdaanleiding tot het treffen van maatregelen te dezer zake en »het onderzoeken >en keuren van het voor de markt bestemd vee, ter voorkoming van besmetting »der veemarkten* worde niet tot een uitsluitend gemeentelijk belang begrensd, zooals aan het slot der aanschrijving van den Minister van Binnenlandsche Zaken dd. 4 December 1896 (Hengeveld blz. 33) betreffende het houden van toezicht op de veemarkten geschiedde. Hierbij zij er op gewezen, dat voor Noord-Holland bij circulaire van den Commissaris der Koningin dd. 7 januari 1897 (Hengeveld blz. 34)' algemeene regelen ter zake van het markttoezicht zijn gegeven, terwijl voor Friesland bij besluit der Staten van 9 Februari 1911 (Prov. blad 83 van 1911) een reglement betreffende het toezicht op de veemarkten en veetentoonstellingen en bij besluit van Ged. Staten dd. 21 September 1911 (Prov. blad 110 van 1911) eene Instructie voor de veeartsen, die door dat College zijn aangewezen tot het houden van voormeld toezicht, is vastgesteld.

Bedoelde stukken bevatten ongetwijfeld nuttige bepalingen. Meerdere gestrengheid ter voorkoming van smetstofverspreiding ware intusschen nog gewenscht. B.v. wordt gemist een voorschrift ten aanzien van kleeding en ontsmetting van marktcontroleurs en hunne helpers.

Ook zal het zeer gewenscht zijn, dat overeenkomstig het voorstel aan het slot van het op blz. 89—92 afgedrukt rapport van den Nederlandschen Bond van Veehandelaren, geregelde ontsmetting van de veemarkten wordt voorgeschreven' terwijl aan het t. a. p. tevens gesignaleerde euvel der overvulling van de tijdelijke veestallen ook inderdaad ernstige aandacht dient te worden gewijd.

b. Andere dan opsporingsmaatregelen, welke zullen of kunnen gelden ook buiten het dreigen, optreden of heerschen van het mond- en klauwzeer.

Onder deze rubriek valt allereerst de ontsmetting van middelen van vervoer.

Het is bekend, dat het Koninklijk besluit van 26 Mei 1888 S. 86, laatstelijk in 1902 gewijzigd, thans ter uitvoering van art. 15 der veewet 1870 bepalingen omtrent het vervoer van vee langs spoor- en tramwegen en met schepen en de reiniging en ontsmetting van die vervoermiddelen geeft.

In de praktijk komt het voor, dat met de reinigings- en ontsmettingsvoor-

Ontsmetting middelen van vervoer.

Sluiten