Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevaar voor verspreiding van het mond- en klauwzeer niet noodzakelijk is, de kaaswei, de karnemelk en de verzuurde ondermelk te pasteuriseeren.

Uitdrukkelijk moet hier echter gewezen worden op de verdere conclusies, waartoe in Bijlage IV wordt gekomen en waaruit blijkt, dat men uit de genomen proeven geene gevolgtrekkingen ten opzichte van de eventueel doodende werking der genoemde stoffen op tuberkelbacillen en andere ziektekiemen mag afleiden.

II. Maatregelen, welke zullen of kunnen gelden bij het dreigen, optreden of heerschen van het mond- en klauwzeer.

a. Hoofdmaatregelen van bestrijding.

Afmaken.

Naar op blz. 79 en vlg. reeds is uiteengezet, behooren de hoofdmaatregelen van bestrijding te bestaan in afmaken gepaard met isolatie en wel onder dit voorbehoud, dat zonder de overige maatregelen op te geven, het afmaken niet moet worden voortgezet, indien de ziekte onverhoopt eene zekere uitbreiding heeft verkregen.

Met inachtneming van evenbedoeld voorbehoud zal hier thans eerst het afmaken nader worden besproken; daarna wordt de isolatie behandeld.

Als regel moet op eert boerderij, alwaar wegens mond- en klauwzeer tot afmaken wordt overgegaan, al het aanwezige vee worden afgemaakt.

Al het niet-zieke vee op een dergelijke boerderij moet dus verdacht worden verklaard, immers de wet beperkt de bevoegdheid tot afmaken tot ziek en verdacht vee.

Opgemerkt moet worden, dat het begrip »verdacht* in de veewet 1870 wordt omschreven bij eene bepaling van die wet zelve (art. 22). Daarbij onderscheidt het Koninklijk besluit van 10 Juli 1896 S. 104 dan nog (hetgeen feitelijk alleen voor het geval van niet-afmaken van belang is) met 't oog op de beëindiging van het verdacht zijn, tusschen »van ziekte verdacht* en »van besmetting verdacht* vee (artt. 102 en 103).

De veewet 1920 laat in art. 16 intusschen de omschrijving van het begrip «verdacht* over aan een algemeenen maatregel van bestuur, na in art. 15 te hebben bepaald, dat onder verdacht vee wordt verstaan vee, dat verdacht wordt gevaar op te leveren voor besmetting. Dit systeem onderschrijft de Staatscommissie niet volkomen, daar het begrip »verdacht« ook in verbodsbepalingen van de veewet wordt gebruikt en het juister is, dat de inhoud van een wettelijk verbod niet door een Koninklijk besluit wordt bepaald.

De afmaking strekke zich ook uit tot pluimvee, zoomede tot op de betrokken boerderij aanwezige katten, konijnen en honden, wat deze laatste betreft, tenzij zij worden vastgehouden.

Omvang der afmaking, irerdachtverklaring.

Sluiten