Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

advies van den districtsveearts af te wachten, tot afsluiting overgaan onmiddellijk na ontvangst van de aangifte van een ziektegeval. Dit steunt niet op de wet, welke voorafgaand advies van den districtsveearts vordert; het is echter duidelijk dat juist bij de afsluiting snel handelen een eerste vereischte is en daarom een optreden van burgemeesters in bovenbedoelden geest niet is af te keuren. Doeltreffender acht de Staatscommissie in de wet te bepalen dat de afsluiting automatisch ontstaat bij de aangifte. Zij drage dan een voorloopig karakter, zoodat zij wordt opgeheven, zoodra de districtsveearts zijne diagnose heeft gemaakt en de isolatie onnoodig bevindt en in het tegenovergesteld geval in definitieve isolatie overgaat.

Het beginsel, bij art. 14 der veewet 1870 ten opzichte van de afzondering van ziek vee gehuldigd, zou dan tot de afsluiting bedoeld in art. 29 lid 1 moeten worden uitgestrekt.

De veewet 1920, die dit punt niet voorziet, zoude dienovereenkomstig zijn aan te vullen.

Opstallen of ophokken van vee, bij voorkeur eerstbedoelde maatregel, is veelal gewenscht om de isolatie beter tot haar doel te doen komen. Terecht is deze maatregel dan ook in art. 41 van het Koninklijk besluit 1896 en in art. 20 sub b der Veewet 1920 opgenomen.

Aan de isolatie is inhaerent een beperking, zoo mogelijk eene onderbreking van het vervoer van voorwerpen uit en naar den afgesloten kring. Art. 29 lid 2 der Veewet laat de aanwijzing van de voorwerpen, welke door zoodanig vervoerverbod kunnen worden getroffen, over aan een algemeenen maatregel van bestuur. Evenzoo luidt art. 24 der Veewet 1920. In verband met eerstbedoelde wetsbepaling treft men eene opsomming van aan het vervoerverbod onderworpen zaken in art. 39 van het Koninklijk besluit van 10 Juli 1896 S. 104 aan. Gemakkelijk kunnen echter verschillende levende dieren en ook tal van voorwerpen genoemd worden, die in deze opsomming worden gemist en niettemin bij vervoer van een afgesloten hoeve ca. met smetstof bezoedeld kunnen zijn. Men denke b.v. aan paarden, kippen, enz., aan rijwielen, kruiwagens, eieren, vederen, enz. Feitelijk alle levende have, evenals alle voorwerpen, die afkomstig zijn van eene afgesloten hoeve ca. kunnen gevaar voor verspreiding van smetstof opleveren.

In verband hiermede en ook in aanmerking nemende, dat eene volledige opsomming onmogelijk zal zijn, komt het aan de Staatscommissie gewenscht voor, ten opzichte van het vervoer van de afgesloten terreinen en gebouwen het beginsel der enumeratie te laten varen en in de plaats daarvan een algemeen verbod van uitvoer in het leven te roepen, onder voorbehoud van de mogelijkheid, dat dispensatie

Opstallen of ophokken van vee.

Verbod van vervoer

Sluiten