Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

katten enz. te gelasten. Terwijl de tegenwoordige wet dit punt niet voorziet, geeft de veewet 1920 te dezer zake. in de artikelen 20 sub /, j" 33 en 34 zeer nuttige bepalingen.

Er kunnen zich gevallen voordoen, dat aanwending van immuunsërum of 1 inspuiting van bloed of serum van herstelde dieren ten opzichte van aan isolatie 1 onderworpen vee aanbeveling kan verdienen. De Staatscommissie moge hieromtrent \ verwijzen naar hetgeen is medegedeeld in Hoofdstuk II § 8 en Hoofdstuk IV.

Het maakt hierbij, zooals reeds t. a. p. blijkt, onderscheid of de isolatie al dan niet met afmaken gepaard gaat.

Ook wordt hier verwezen naar de te dezer zake over Zwitserland in Bijlage II gedane mededeelingen.

aanwending van imluunserum of inspuiting an bloed of serum van erstelde dieren.

De Staatscommissie verwijst naar hare beschouwingen op blz. 76 en 77. Daaruit ( blijkt, dat zij opzettelijke besmetting in het algemeen veroordeelt, doch alleen in geval niet tot afmaking zal worden overgegaan, ten opzichte van op een geisoleerden stal staand rundvee, waaronder de ziekte reeds uitgebroken is, in zeker opzicht een voorbehoud maakt.

)pzettelijke besmetting.

De wettelijke grondslag van de voorschriften in zake ontsmetting is reeds op blz. 99 besproken.

De Staatscommissie acht het een leemte dat art. 31 der veewet 1870 en bijgevolg ook de aangehaalde uitvoeringsbepalingen wel handelen over ontsmetting der stallen en andere gebouwen*), niet echter over die van de dieren. Deze zelfde bedenking geldt ook art. 32 der veewet 1920, tenzij dieren onder de aldaar genoemde »roerende voorwerpen» zijn te brengen. De ontsmetting der dieren is een cardinaal punt, zoodat het de Staatscommissie noodzakelijk voorkomt, dat ook daaromtrent voorschriften worden gegeven. Onder verwijzing naar hetgeen te dien aanzien reeds eerder werd betoogd, zij hier herinnerd aan de wenschelijkheid dan o. m. aan de ontsmetting der klauwen aandacht te wijden.

Een gewichtig punt is ook de ontsmetting van den mest.

Blijkens de resultaten van een door Loeffler verricht onderzoek gepubliceerd in de Berliner Tierartzlicher Wochenschrift, jaargang 1913, Nr. 7, blz. 113, wordt het mond- en klauwzeervirus in een volgens voorschrift gepakte mestvaalt in een week gedood. De voorwaarden, waaraan de mestvaalt moet voldoen zijn: matige vochtigheid, voldoende stroo tusschen den mest, bedekking met eene laag, welke de warmte slecht geleidt (stroo, aarde) en tamelijk losse ligging in den

Ontsmetting.

*) Over de ontsmetting van veelogementen en handelsstallen zie men blz. 92.

Sluiten