Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doelde wijze eene goede oplossing zou worden verkregen en de leider voldoende vrijheid van beweging en zelfstandigheid zou verkrijgen.

Op de reeds aangegeven gronden acht zij het dus noodig, dat het veeartsenijkundig staatstoezicht geheel zelfstandig zij gemaakt, in dier voege, dat het hoofd van dien tak van dienst, rechtstreeks onder de bevelen van den verantwoordelijken Minister worde geplaatst.

De districtshoofden moeten ondergeschikt zijn aan het hoofd van den veeartsenijkundigen dienst, die (met inachtneming van de bevelen van den Minister) als centraal leider bij de bestrijding van het mond- en klauwzeer hun ter zake van de toepassing en handhaving van de bestrijdingsmaatregelen de noodige voorschriften zal geven.

Alvorens de verhouding tusschen den centralen leider en de districtshoofden nader te bespreken, moet echter eerst nog worden opgemerkt, dat de Staatscommissie nevens den centralen leider en den aan hem ondergeschikten veeartsenijkundigen dienst nog een ander orgaan bij de bestrijding noodig acht en wel eene Commissie van Bijstand, te benoemen door den Minister, na raadpleging van de landbouworganisaties.

Art. 34 der veewet 1870 kent eene commissie van deskundigen, die gehoord moest worden, alvorens bij algemeenen maatregel van bestuur (het Koninklijk besluit van 10 Juli 1896 S. 104).de aanwijzing zoude geschieden van de besmettelijke veeziekten en de daartegen te nemen maatregelen.

De Staatscommissie meent echter, dat verder moet worden gegaan, en een permanente commissie van hoogstaande en onafhankelijke deskundigen (veterinairen, veehouders, enz.) dient te worden ingesteld, om den Minister ter zake van de bestrijding van het mond- en klauwzeer te adviseeren.

Zij hebbe niet de leiding van de bestrijding — eene commissie is daartoe niet geschikt, met 't oog op de noodzakelijkheid, dat vooral onverwijld handelen en ingrijpen bij de bestrijding verzekerd moet zijn — doch de Commissie van Bijstand vorme het orgaan, hetwelk de Minister verplicht is te hooren, alvorens hij den centralen leider ter zake van de bestrijding bevelen geeft en aan de tot standkoming van tot de mond- en klauwzeer-bestrijding betrekking hebbende algemeene maatregelen van bestuur zijne medewerking verleent. De Commissie van Bijstand adviseere den Minister dus b.v. wanneer het oogenblik gekomen is, de afmaking hetzij in het .geheele land, hetzij in een gedeelte van het land te staken, met 't oog op de omstandigheden, die hierboven bij de ontwikkeling van het door de Staatscommissie gewenschte bestrijdingsstelsel ampel zijn besproken. De Commissie van Bijstand zij ook toegankelijk voor hen, die meenen zich ter zake van genomen bestrijdingsmaatregelen te moeten beklagen.

In verband met het bovenstaande moet de Commissie van Bijstand dus

Commissie van Bijstand.

Sluiten