Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

advies van het districtshoofd. In zoover is er echter een onderscheid, dat de burgemeester volgens de veewet 1870 gebonden is aan het advies van den districtsveearts, met recht van beroep op den Minister (art. 16 lid 1), doch hij volgens art. 21 der veewet 1920 vrij is in zijne beslissing, onder gehoudenheid bij afwijking van het advies van het districtshoofd, daarvan terstond aan den Minister kennis te geven. De Staatscommissie acht in deze het systeem van de veewet 1870 gelukkiger, aangezien de burgemeester daardoor ten aanzien van zijne beslissingen beter tegenover de belanghebbenden is verantwoord.

In dit verband moet ook worden opgemerkt, dat indien afmaking moet geschieden van vee den burgemeester zelf toebehoorende, het gewenscht is, dat deze in dat geval zich ten opzichte van de uitvoering der wet doet vervangen door dengene die volgens art. 77 der gemeentewet bij zijne ontstentenis tot optreden is aangewezen.

Hoewel juist bij de handhaving van de bestrijdingsmiddelen de medewerking van de belanghebbenden een onmisbare factor is, moet toch de overheid zelve, die de leiding bij de bestrijding heeft, ook te dezer zake paraat zijn.

In de eerste plaats komt voor de handhaving van de maatregelen natuurlijk personeel van den veeartsenijkundigen dienst in aanmerking. Dit personeel schiet echter in aantal te kort en kan ook alleen dan voor deze taak beschikbaar gesteld worden, indien het voor de controle op de goede uitvoering van bestrijdingsmaatregelen, als afmaking, ontsmetting, enz., kan worden gemist. Voor bewaking bij isolatie en andere tijdroovende diensten zal dit personeel derhalve doorgaans niet kunnen worden gebruikt.

Juist de bewaking bij isolatie is echter een essentieel punt bij de bestrijding en niet ieder is daarvoor bruikbaar. De Staatscommissie acht het dan ook uitermate gewenscht, dat de handhaving van bestrijdingsmaatregelen als isolatie en het toezicht van de naleving van vervoerverboden, enz. worden opgedragen aan een corps, hetwelk daarop afzonderlijk is getraind en onder leiding staat van personen, die eveneens ter zake volkomen deskundig zijn. De Staatscommissie meent, dat wellicht uit de z.g. politietroepen, die als hulpmarechaussees fungeeren, een voldoend aantal officieren en manschappen speciaal voor deze taak ware op te leiden, om bij voorkomende gevallen met de handhaving van maatregelen als evenbedoeld te worden belast.

Op blz. 83 is reeds speciaal met betrekking tot het belangrijk delict van < verzuim van aangifte het een en ander over de aangifte gezegd. Onder verwijzing naar het t. a. p. opgemerkte, zij hier nog aangestipt, dat de veewet 1920 in enkele gevallen straffen tot hoogere maxima dan de veewet 1870 stelt. De Staatscommissie acht dit zeer juist.

Handhaving der maatregelen.

Strafbepalingen.

Sluiten