Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grootte der schadeloosstelling.

De taxatie van de waarde

eigendom daarentegen behoeft niet immer een recht op schadevergoeding te doen ontstaan, zoodat art. 152 der grondwet dan ook de mogelijkheid open laat, dat deze politiemaatregel zonder schadevergoeding wordt toegepast.

Inmiddels worde bij afmaking ook voor de toekomst het beginsel der schadeloosstelling niet verlaten. De hoegrootheid dier schadeloosstelling verschilt thans naar mate het betrokken vee verdacht of ziek is. Blijkens art. 24 lid 2 der veewet 1870 wordt n.1. voor verdacht vee de volle waarde vergoed ; de schadeloos-, stelling voor ziek vee bedraagt ingevolge dat wetsartikel j°. art. 105 van het Koninklijk besluit van 10 Juli 1896 (S. 104) 90% van de waarde, welke het vee in gezonden toestand zoude hebben.

Met dit laatste beginsel kan de Staatscommissie zich niet vereenigen. Als beginsel moet h.i. voorop staan dat eenerzijds afmaken voor den eigenaar geen bron van winst, anderzijds geen bron van schade mag zijn. Daaruit volgt, dat eene vergoeding van 90 % alleen gerechtvaardigd is, indien de ziekte een blijvende waardevermindering van 10% bij het vee veroorzaakt. Dit is evenwel als regel niet het geval. Er kunnen blijvende nadeelen zijn, doch herhaaldelijk genezen de dieren volkomen.

Bovendien leert de ondervinding, dat vergoeding van slechts 90% van de waarde een streven in de hand werkt, om door te hooge taxatie toch vergoeding van de volle waarde te bereiken.

In verband met een en ander is de Staatscommissie van oordeel, dat ook bij afmaking van ziek vee, de waarde, welke het vee in gezonden toestand zou hebben, ten volle, dus tot 100 °/0 ware te vergoeden. Art. 39 lid 1 sub b der veewet 1920, hetwelk in dit geval slechts vergoeding van een gedeelte der waarde veroorlooft, zal dan dienovereenkomstig voor zooveel noodig zijn te wijzigen. Trouwens ook in Engeland en Duitschland geschiedt uitkeering van de volle waarde; art. 15 der Diseases of Animals Act 1894 doet vergoeden: »the value of the animal immediately before it became so affected«; § 68 der «Viehseuchengesetz 1909* bepaalt: «Der Entschadigung wird der gemeine Wert des Tieres zugrunde gelegt,« waarbij deze waarde in geval van mond- en klauwzeer nader op 100 /0 wordt bepaald.

De veewet draagt in art. 24 de taxatie op aan een door den burgemeester te benoemen deskundige en laat verder hertaxatie toe, wanneer de burgemeester of de eigenaar of wel beiden geen genoegen nemen met de waardeering. De hertaxatie moet geschieden door drie personen, twee door den kantonrechter te benoemen deskundigen en den deskundige, die de bestreden taxatie deed.

Deze methode, die ook in art. 41 der veewet 1920 is overgenomen, moge het rechtsgevoel bevredigen, zij leidt dikwijls, vooral omdat niet altijd terstond

Sluiten