Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met uitgespaard verlies, als gevolg van de opheffing van bedrijfsrisico b.v. in geval van stillegging van een bedrijf door afmaken.

Op grond van het vorenstaande moet derhalve worden ontraden, vergoeding van bedrijfsschade bij de wet als regel voor te schrijven. Niettemin zijn echter omstandigheden denkbaar, waarin bij uitzondering ook b.v. om den betrokken veehouder tot medewerking te prikkelen, geheele of gedeeltelijke vergoeding van bedrijfsschade niet onjuist kan worden geacht. Met dit standpunt strookt art. 44 der Veewet 1920, hetwelk bepaalt, dat schade, veroorzaakt door de toepassing van maatregelen strekkende om verspreiding van smetstof buiten het bedrijf te keeren of veroorzaakt door een behandeling, als bedoeld in art. 9, in bijzondere gevallen door den Minister uit 's Rijks kas geheel of gedeeltelijk kan worden vergoed.

De Staatscommissie meent, dat door gemelde bepaling te dezer zake de juiste regeling is getroffen.

Eene minderheid (de heer L. F. Dtjymaer van Twist) is van meening, dat bij het afmaken van vee als regel vergoeding voor bedrijfsschade behoort te worden toegekend.

Sluiten