Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Commissie niet bestreden; integendeel ons zijn gevallen ter oore gekomen, dat „bezitters van geheimmiddelen den brief der Commissie, waarin zij werden uitgenoo„digd te. demonstreeren, als reclame gebruikten voor hun middel. Merkwaardig was „een advertentie van een middel waarin het middel als heilzaam werd aangeprezen „en voor reclame zeer vet was gedrukt „toegepast onder controle van Prof. „de Blieck". Het resultaat dier toepasing werd niet vermeld. Zoo diende het „onderzoek door de Commissie tevens als reclame-middel.

„Zij, die niet en zij, die wel gedemonstreerd hebben, gaan toch door met hun ,,practijken; de meesten dezer menschen zijn niet te overtuigen van het waardelooze „van hun middel, velen willen ook niet overtuigd zijn; dat is finantieel te nadeelig.

„Summa summarum heeft de Commissie dan ook grootendeels een nutteloos „werk verricht, dat veel tijd heeft gekost (de correspondentie omvatte circa 700 „brieven); een uitzondering zij gemaakt voor het middel van „Fros en het Tryposafrol van Prof. Krause en Brieger.

„De Commissie moet dan ook ernstig ontraden in den vervolge een onder„zoek van geheimmiddelen, zooals dat thans is geschied, wederom te doen „plaatsvinden.

„Zeker, het heeft zijn nut, middelen te probeeren met betrekking tot hun „preventieve en curatieve waarde tegenover mond- en klauwzeer, maar men dient „dan zijn keus te laten vallen op middelen, die volgens het oordeel van deskundigen, gebaseerd op kennis van de ziekte en kennis van geneesmiddelleer voor „een wetenschappelijk onderzoek in aanmerking komen. Men moet geen tijd en geld „verspillen aan middelen, welke in het brein van den eersten den beste zijn opgekomen en waarachter gewoonlijk uitsluitend de zucht zit, zich ten koste van „anderen te verrijken. Middelen, aan welker vinding een wetenschappelijke basis „ten grondslag ligt, zullen door hen, die daartoe in de gelegenheid zijn, gaarne „onderzocht worden en het ligt ongetwijfeld op den weg der Regeering deze onderzoekingen te steunen, hetzij door de oprichting van een pharmaco-therapeutisch „instituut, hetzij dat aan de bestaande instituten of aan een speciaal mond- en „klauwzeer-instituut het onderzoek in deze richting wordt bevorderd.

„Men zou nu nog tegen deze denkbeelden kunnen inbrengen, dat het toch „ook mogelijk is dat iemand, ook een niet-wetensdiappelijk ontwikkeld mensch, bij „toeval en door ervaring een middel ontdekt. Ook aan dezen ontdekker moet de „gelegenheid gegeven worden zijn middel te laten onderzoeken; hij moet dan echter „de samenstelling bekend maken, opdat de onderzoeker kan beoordeelen of er termen „voor een grondig onderzoek aanwezig zijn. Wenscht hij zulks niet te doen, dan „dient de Regeering er zich niet mede in te laten. Wil hij zijn middel geheim „houden, dan staat hem toch te allen tijde de weg open door een particulier „deskundige in de practijk zijn middel te laten toepassen, ten einde te kunnen be-

Sluiten