Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII.

Conclusies*

De resultaten van haar onderzoek over het algemeen samenvattend, is de Staatscommisise, hetzij eenstemmig, hetzij bij meerderheid van stemmen — in de vorige hoofdstukken zijn de op belangrijke punten afwijkende meeningen van eene eventueele minderheid telkens vermeld — tot de volgende conclusies gekomen.

eerste vraagpunt: Is de bestrijding van het mond- en klauwzeer van Staatswege met het oog op de gevaren voor den Nederlandschen veestapel en het oeconomisch nadeel aan die ziekte verbonden, gewenscht?

De Staatscommissie meent, dat met het oog op de in deze vraag genoemde factoren, n.1. de gevaren voor den Nederlandschen veestapel en de oeconomische schade aan de ziekte verbonden, het mond- en klauwzeer is te bestrijden, en bij die bestrijding de leiding in handen van den Staat moet blijven berusten, in onderstelling van medewerking der belanghebbenden.

Tweede vraagpunt: Is het voor de bestrijding en de genezing van het mond- en klauwzeer noodzakelijk, dat een nader onderzoek wordt ingesteld naar de ziekte en hare verschillende eigenschappen?

Zoo ja, op welke wijze moet dit onderzoek plaats vinden en hoe kan de Regeering daaraan bevorderlijk zijn?

Het antwoord der Staatscommissie op het eerste gedeelte van dit vraagpunt luidt bevestigend.

Van inmiddels reeds in opdracht van den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel door de leden der Staatscommissie Prof. Dr. J. poels en Prof. Dr. L. de blieck verrichte onderzoekingen, die betrekking hebben, wat eerstgenoemde betreft op de serumtoepassing en wat laatstgenoemde betreft: a. op het bloed van dieren, die van mond- en klauwzeer hersteld zijn, als voorbehoed- en geneesmiddel bij runderen, kalveren en biggen, b. op de werking van Trypaflavme

Sluiten