Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. afweermaatregelen tegen invoer van de ziekte uit het buitenland.

De reeds getroffen en op blz. 62 en vlg. van het rapport uitvoerig besproken wettelijke maatregelen zijn naar het oordeel der Staatscommissie doeltreffend en juist, mits op eene onverbiddelijke en strenge handhaving gerekend mag worden. Daarnevens is evenwel uitbreiding van die maatregelen met eenige andere noodzakelijk, nl.:

a. vestiging van een Nederlandschen inlichtingendienst in het buitenland, die zich op de hoogte houdt van den stand van het mond- en klauwzeer aldaar en van de daartegen genomen bestrijdingsmaatregelen.

b. vestiging in voldoenden getale van quarantaine-inrichtingen aan de grenzen, ten einde aldaar vee, waarvan de in- of doorvoer eventueel voorwaardelijk mocht worden toegestaan, in observatie te houden.

c. uitbreiding van het in- en doorvoerverbod ook tot van vee afkomstige artikelen, welke rechtstreeks uit andere werelddeelen worden aangevoerd.

d. facultatief verbod van invoer van melk, afgeroomde melk en zoete wei uit het buitenland.

e. gebruikmaking tijdelijk en voor zoover noodig van de bevoegdheid gegeven bij art. 12 der veewet 1920 om den in- en doorvoer ook van stroo, lijnmeel, lijnkoeken en hooi te verbieden, voor zoover de buitenlandsche invoer hier te lande kan worden ontbeerd.

ƒ. het stellen zoo mogelijk van regelen ten aanzien van de ontsmetting en verkeersbeperking van personen, die in tijden van besmettingsgevaar de grenzen overschrijden.

B. De Maatregelen tot bestrijding van de ziekte na haar optreden in

Nederland.

I. Maatregelen, welke ook zullen gelden buiten het dreigen, optreden of heerschen der ziekte.

a. Maatregelen ten behoeve van de opsporing der ziekte.

De aangifte. Onmiddellijke en volledige aangifte is een volstrekt vereischte voor het welslagen der bestrijding. Niets mag derhalve worden verzuimd, om de naleving der wettelijke verplichting tot aangifte van ziektegevallen te bevorderen. Strengere straf op verzuim (opening van de mogelijkheid tot oplegging van gevangenisstraf) en veelvuldige stal- en weide-inspectie geeft de Staatscommissie in overweging.

Het onderzoek na de aangifte door het veeartsenijkundig staatstoezicht te houden, in de veewet 1870 behoorlijk geregeld, is in de veewet 1920 ten onrechte niet voorzien.

Eene contrdle op de veebeweging ware in te voeren, waartoe de Staats-

2°. De nationale bestrijding.

Sluiten