Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zondering tot vernietiging van dit vee over te gaan, indien de slachting en in consumptie brenging gevaarlijk moet worden geacht), de wijze van slachten en het eventueel vervoer (strengere voorschriften), de plaats der afmaking (bij voorkeur de boerderij zelve), de behandeling der cadavers (behoud van begraving als regel, subsidiair verbranding, eventueel vervoer naar eene inrichting tot verwerking van cadavers) en de ontsmetting (herziening ontsmettings-regulatief).

Ook ten opzichte van de isolatie stelt de Staatscommissie verschillende verbeteringen voor, waarbij er in de eerste plaats op wordt gewezen, dat de isolatie uitdrukkelijk als maatregel van bestrijding in art. 20 van de veewet 1920 behoort te worden opgenomen.

De noodig geoordeelde verbeteringen betreffen het object der isolatie (niet alleen „besmette hoeven of weiden" doch de „van besmetting verdachte onroerende goederen, zoowel gebouwde als ongebouwde" moet de wet voor isolatie vatbaar verklaren), het tijdstip der isolatie (de isolatie moet automatisch met een voorloopig karakter ontstaan bij de aangifte), het verbod van vervoer (een algemeen verbod van uitvoer van door isolatie getroffen plaatsen, onder voorbehoud van ontheffing is gewenscht) en het personenverkeer (beperking hiervan, althans zoolang de isolatie ter ondersteuning van het afmaken geschiedt, is gewenscht; voorts moeten, voor zoover personenverkeer geschiedt, uitgebreide maatregelen tegen smetstof overbrenging door deze personen worden getroffen).

De aanwending van immuunsërum of inspuiting van bloed of serum van herstelde dieren ten opzichte van aan isolatie onderworpen dieren moet aan de betrokkenen worden overgelaten, doch de Staatscommissie behandelt uitvoerig, in welke gevallen van deze behandeling nut zou zijn te verwachten (zie Hoofdstuk II § 8 en Hoofdstuk IV). Ook de hygiënische behandeling eischt ernstige aandacht.

Opzettelijke besmetting wordt in het algemeen door de Staatscommissie veroordeeld, doch in geval van niet-afmaking moet ten opzichte van op een geïsoleerden stal staand rundvee, waaronder de ziekte reeds is uitgebroken, een voorbehoud worden gemaakt. De belanghebbende moet echter vrij blijven in de beslissing of hij in laatstbedoeld geval tot opzettelijke besmetting in zijn stal zal overgaan.

Wat de ontsmetting betreft, deze moet niet zooals thans, beperkt blijven tot stallen en gebouwen, doch worden uitgestrekt tot de dieren. Bij de ontsmetting van mest dient voorop te staan, dat de mest zoo mogelijk worde bewaard ter plaatse, waar zij is. Is die bewaring niet mogelijk, dan worde de districtsveearts bevoegd verklaard deze aangelegenheid te regelen, doch vervoer van mest blijve dan zooveel mogelijk vermeden.

Ten aanzien van de beëindiging der isolatie, is de Staatscommissie tot de conclusie gekomen, dat in beginsel zoowel voor in- als voor uitvoer de termijn voor

Sluiten