Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NOTA behoorende bij het rekest aan Zijne Excellentie den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, d. d* 5 en 6 Juli 1919 aangeboden door de Directies der Tabak Maatschappijen in Deli en den Voorzitter der Internationale Vereeniging voor de Rubbercultuur in Nederlandsch-Indië.

Nadat door de koelieordonnantie van Staatsblad No. 421 in 1915 de poenale sanctie was gehandhaafd, waarin een erkenning opgesloten lag van de groote moeilijkheden, die op zouden rijzen bij een beperking der strafbepalingen, zooals die tevoren was voorgesteld, is toch kort daarop in 1918 de onverwachte mededeeling gedaan door de Indische Regeering, dat de poenale sanctie binnen afzienbaren tijd zou worden afgeschaft.

Eenige verandering der factoren, die destijds het behoud der poenale sanctie [deden bepleiten, hebben zich niet voorgedaan, zoodat wij ons kunnen onthouden van een opsomming der bezwaren tegen de afschaffing, daar deze dezelfde zijn als vroeger.

Intusschen is de termijn, waarna de afschaffing zou volgen, in voorstellen, door den Directeur van Justitie gedaan, gepreciseerd en voor de reëngagementscontracten op vier jaren gebracht.

Wij meenen er ernstig tegen op te moeten komen in het belang der cultuurondernemingen, die tevens een landsbelang vertegenwoordigen, dat op dergelijke plotselinge wijze geheel nieuwe en in hun gevolgen onberekenbare toestanden worden ingevoerd.

Wel verwijst de Directeur van Justitie naar „elkaar spoedig opvolgende partieele maatregelen, die tot het einddoel moeten leiden" welke maatregelen door het Hoofd van den Dienst der Arbeidsinspectie worden aangegeven, doch wij hebben niet kunnen inzien hoe de bedoelde maatregelen een voldoende voorbereiding zijn om den nieuwen toestand zonder al te groote moeilijkheden in te voeren.

Wij zijn 'ernstig overtuigd, dat het toestaan van een termijn van vier jaren niet de gewenschte wijze is om een overgangstoestand te vormen, doch dat deze laatste gevonden moet worden door eerst een andere verhouding tusschen den werkgever en werkman in het leven te roepen.

Naar ons inzien kan dit geschieden door den band. die tusschen werkgever en arbeider bestaat, losser te maken en wel door den werkman toe te staan te allen tijde den dienst te verlaten mits met

Sluiten