Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Redenen tot ontbinding der overeenkomst.

Voornaamste ver schillen met be staande koelie-or donnatie.

veel geld, hetgeen de werkgever in de arbeidsprestatie van den immigrant hoopt terug te vinden. Verlaat de werkman nu zonder dringende reden den dienst, dan is het niet meer dan billijk, dat hij een gedeelte der voor hem gemaakte onkosten vergoedt. Een dergelijke bepaling zal men in alle contracten vinden met werkgevers, die de werknemers van elders hebben laten uitkomen. Ook het Gouvernement als werkgever stelt zich op het zelfde standpunt, waar de uit Holland uitgekomen ambtenaren, die binnen een bepaalden tijd den dienst verlaten, worden verplicht om uitrusting en reiskosten terug te betalen.

Tegen ons stelsel zou aangevoerd kunnen worden dat het aan de immigranten niet zoo gemakkelijk zal vallen van den opzeggingstermijn gebruik te maken. Daartegenover staat echter, dat door de georganiseerde werving van de A. V. R. O. S. en D. P. V. de engagementskosten geleidelijk zullen worden verlaagd, en dat het streven is om te komen tot het verkorten der immigratie-contracten en om den duur daarvan geleidelijk terug te brengen tot 2 en 1 jaar, zooals reeds vaak bij de vrije emigratie van Java der D. P. V. het geval is, althans voor reeds lang bestaande ondernemingen, waar een geringe jaarlijksche aanvulling van het werkvolk voldoende is.

De terugbetaling van het voorschot zal bij reengagementscontracten wel geen bezwaar opleveren, daar de voorschotten, dankzij de door den Gouverneur gemaakte regelingen, nimmer hoog kunnen zijn, zoodat de arbeiders deze in de 4 maanden gemakkelijk kunnen terugbetalen, terwijl wel niemand de billijkheid er van zal kunnen ontkennen, dat de werknemer, die zonder reden den dienst verlaat, zijn schuld aan de onderneming afbetaald.

Maakt de bepaling omtrent den opzeggingstermijn het voor den werkman mogelijk om zonder opgave van redenen zijn ontslag te nemen, als van zelf sluit zich daarbij aan de in het ontwerp voorkomende regeling omtrent de tusschentijdsche beëindiging van de overeenkomst wegens bepaalde, aan de Nederlandsche arbeidswet ontleende redenen. Is een van deze redenen aanwezig dan kan de arbiter op verzoek van de andere partij ten allen tijde het contract ontbinden. De ruime omschrijving dier redenen moge een waarborg zijn, dat zoo er inderdaad slechts eenige grond aanwezig is, de werkman steeds door den uitspraak van den arbiter van zijn contract kan worden ontheven.

Wij vragen ons af of er dan nog wel van eenig machtsmisbruik van de zijde van den werkgever sprake kan zijn.

Wij hebben echter gemeend om ons niet tot deze enkele wijzigingen in de koelieordonnantie te moeten beperken, in tegendeel hebben wij getracht haar zoodanig om te werken, dat wel niemand er bezwaar tegen zal kunnen hebben, dat deze ordonnantie bij wijze van overgang nog eenigen tijd behouden zal blijven.

Dit ontwerp-ordonnantie met de daarbij behoorende toelichting zijn hierbij gevoegd.

In het bijzonder wenschen wij daarbij te wijzen op de volgende verschillen met de huidige koelie-ordonnantie.

(1) . Het nawerken is geheel komen te vervallen, omdat dit in een moderne arbeidsregeling niet tehuis behoort en de duur der contracten daardoor onnoodig met een jaar kan worden verlengd.

(2) . Vastgesteld is een minimum loon, dat aan den werkman zal worden uitgekeerd, waarbij de gebruikelijke loonen als basis hebben gediend.

(3) . Het aantal werkuren is verkort, hetgeen feitelijk neerkomt op een verhooging van de loonen, omdat nu het dagloon wordt uitbetaald voor 9 uren werken en onder de bestaande ordonnantie voor 10 uren werken.

(4) . Voorschriften zijn in het ontwerp opgenomen, waardoor de arbeider wordt verplicht om zich in geval van ziekte in het hospitaal te latan opnemen.

Sluiten