Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laten wij het geval stellen, dat de werkman om de een of andere reden — het bevalt er hem niet langer — de onderneming voor goed wil verlaten. Zoolang nu de straf op desertie bestaat, weet de werkman, dat hij als hij weggaat, gestraft wordt en die gedachte zal hem in vele gevallen weerhouden om te gaan. Bij de regeling van Mr. Schneider echter weet hij, dat hij dan bij geen anderen werkgever in dienst zal kunnen komen, maar hij weet ook, dat hij als hij naar een naburige kampong gaat, daar nog altijd wel een bordje rijst vindt. De gedachte, dat hij bij geen werkgever meer in dienst kan treden, heeft te veel betrekking op iets toekomstigs, dan dat zij hem van de daad zal weerhouden en hij gaat weg of legt zijn werk neer.

Zal dus bedoelde regeling wel andere .werkgevers afhouden van het ronselen, arbeidszekerheid heeft men daardoor nog niet gekregen.

Het zal den werkman die dit wenscht, niet weerhouden om het werk neer te leggen.

Zelfs al zou er geen hemelsbreed verschil bestaan tusschen den Oosterschen en Westerschen arbeider, dan zou met een arbeidsovereenkomst onder civielrechtelijke sanctie niet kunnen worden volstaan, omdat de vraag naar werkkrachten niet in evenredigheid is met het aanbod. De vraag naar werkkrachten is zoo ontzaglijk veel grooter in dit Gewest, dat ook afgescheiden van dat verschil, bijzondere maatregelen noodig zijn. Daar komt nog bij, dat de Inlandsche arbeider slechts zeer weinig behoeften heeft, dus ook om der wille van den broode niet zal blijven in eenige dienstbetrekking die hij wil verlaten.

Het Bestuur van de A. V."R. O. S. wenscht de regeling van Mr. Schneider voorloopig met behoud van de p.s. reeds dadelijk in te voeren opdat de civielrechtelijke regeling voldoende tijd heeft om zich in te werken.

Wij zijn van meening, dat men op deze wijze de inwerking dier regeling niet zal bereiken, immers de p. s. en de lange contractsduur blijven daar behouden.

Ook in ons ontwerp treft men aan, dat geschillen tusschen werkgever en werknemer worden beslecht, maar men zal in vele gevallen niet alleen te doen hebben met geschillen, maar bijvoorbeeld met onwil van den werkman of deze zal zich niet aan de uitspraak van den arbiter, waarop geen poenale sanctie staat, storen en zal men juist bij de door ons voorgestelde regeling minder spoedig van de p.s. gebruik maken als in de regeling van Mr. Schneider omdat er voor den werkman gelegenheid bestaat om het contract tusschentijds op te zeggen.

Wij missen dus in de regeling van Mr. Schneider alle overgang, die wij gemeend hebben in ons ontwerp te hebben neergelegd. Zou men nu op een gegeven tijdstip de p.s. willen afschaffen dan zou bij invoering van ons ontwerp, reeds gebleken zijn, wat moet worden gedaan om aan de ondernemingen niettemin arbeidszekerheid te verschaffen en zouden werkgever en werknemer gelegenheid hebben gehad om zich aan de nieuwe toestanden aan te passen. In het ontwerp van Mr. Scheider missen wij dien overgang en bij invoering daarvan zou men na afschaffing der p. s. evenver zijn als thans. Men zou nog geen ondervinding hebben opgedaan omtrent het werken, laten wij het zoo noemen, in half vrijen arbeid.

Het ontwerp van Mr. Schneider, zouden wij derhalve willen beschouwd zien als een studie voor de toekomst, ons ontwerp achten wij voor onmiddellijke invoering vatbaar.

Naschrift

Met onze beschouwingen waren wij al reeds gereed gekomen, toen de plaatselijk bladén ons bekend maakten met den hoofdinhoud van de opvattingen van de indertijd, terzake van de poenale sanctie, ingestelde Commissie uit de Tweede Kamer.

Sluiten