Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(4) . De tijd, noodig voor het rollen en indeelen van het werkvolk en tot het afleggen van den afstand van zijne woning tot op het werk en omgekeerd van het werk naar de woning, wordt als arbeidstijd gerekend.

(5) . De arbeider is niet verplicht meer dan 6 achtereenvolgende uren te arbeiden. De rusttijd bedraagt ten minste 1 uur.

(6.) Bij den dienst van 'Spoor- en Tramwegen voor publiek verkeer in exploitatie kan hiervan, met toestemming van het hoofd van gewestelijk bestuur, worden afgeweken.

Artikel 19.

(1) . De arbeider is verplicht den bedongen arbeid geregeld en naar zijn beste vermogen te verrichten.

(2) . De arbeider is verplicht zich te houden aan de voorschriften omtrent het verrichten van den arbeid alsmede aan die, welke strekken ter bevordering van de goede orde op de onderneming des werkgevers, hem door of namens den werkgever binnen de perken van wet of verordening, van overeenkomst of reglement gegeven.

(3) . De arbeider is in het algemeen verplicht al datgene te doen en na te laten, wat een goed arbeider in gelijke omstandigheden behoort te doen en na te laten.

(4) . Behoudens het bepaalde in de volgende alinea mag de arbeider zich van de onderneming waar hij werkzaam is, niet verwijderen zonder schriftelijke vergunning afgegeven door den beheerder of iemand door deze daartoe aangesteld, behalve op de dagen, waarop van hem krachtens de overeenkomst geen arbeid kan gevorderd worden en wanneer hij wegens slechte behandeling klachten tegen den werkgever, den beheerder of diens personeel gaat inbrengen.

Bij Spoor- en Tramweg ondernemingen voor publiek verkeer in exploitatie mag de arbeider, bestemd voor diensten op den weg, de stations of de treinen, gedurende de overeengekomen werktijd den hem aangewezen post onder geen voorwendsel zonder vergunning van zijn chef verlaten. Mocht de arbeider zich over slechte behandeling van den werkgever, beheerder of diens personeel willen beklagen bij de bevoegde autoriteit, zoo staat hem dit vrij op werkdagen en zonder vergunning van zijn chef. Van zijn voornemen om te gaan klagen zal door hem minstens 24 uren te voren, na afloop van zijn dienst behooren te worden kennis gegeven aan den chef van het naastbijgelegen station of de naastbijgelegen gehalte.

<(5). De arbeiders zijn verplicht de in artikel 13^ bedoelde kaart steeds bij zich te dragen, als zij zich van de onderneming verwijderen en dezelve op aanvraag van het bestuur te vertoonen.

Artikel 20.

(1) . De arbeider is verplicht om ten allen tijde bij rampen van hooger hand of dreigend gevaar op aanzegging van den beheerder of diens personeel hulp te verleenen.

(2) . De aard van den op te dragen arbeid zal zooveel mogelijk in overeenstemming zijn met de geschiktheid van den arbeider. Vrouwen zullen alleen mogen worden belast met werkzaamheden welke gewoonlijk aan vrouwen worden opgedragen.

Artikel 21.

(1) . De arbeider met zijn gezin is verplicht in het belang der hygiëne zich bij aankomst op de onderneming geneeskundig te laten onderzoeken op zoodanige ziekten als voor zijne omgeving gevaarlijk of besmettelijk kunnen zijn, en indien de bevoegde geneesheer dit noodig oordeelt, zich ter genezing van deze ziekten en verpleging in het hospitaal op te laten nemen.

(2) . De arbeider die in het hospitaal is opgenomen, is verplicht de voorschriften op te volgen, die de in het hospitaal bevoegde geneesheer geeft, met dien verstande dat hij niet verplicht is zich aan chirurgische behandeling te onderwerpen.

Sluiten