Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toelichting op het ontwerp gewijzigde koelie ordonnantie van het Planters Comité.

Artikel 1. Vergelijk artikel 1 K. O.

Weggelaten zijn de woorden „onverminderd het bepaalde bij artikelen 11 en 14 der W. O." omdat deze toevoeging overbodig voorkomt.

Verder zijn weggelaten de woorden „voorzoover naar het oordeel van den Directeur van Justitie de onderneming niet onder den kleinen landbouw of tuinbouw gerangschikt of als een klein bedrijf aangemerkt moet worden".

Bepaald is, dat ondernemingen van handel, landbouw enz. arbeidsovereenkomsten kunnen aangaan, terwijl in de K. O. staat vermeld, dat ten behoeve van die ondernemingen werklieden in dienst kunnen worden genomen. De veranderde redactie kwam beter voor omdat de overeenkomsten niet ten behoeve dier ondernemingen worden aangegaan, maar bedoelde ondernemingen zelve de arbeiders in dienst nemen.

In plaats van „in dienst nemen krachtens een schriftelijke werkovereenkomst" (K. O.) is in overeenstemming met de Hollandsche arbeidswet gesproken van „het aangaan van een arbeidsovereenkomst" waarin van zelf ligt opgesloten (zie ook de definitie in artikel 2), dat de arbeider „in dienst" van den werkgever is.

Eveneens overeenkomstig de Hollandsche arbeidswet, is het woord „werklieden" (K. O.) vervangen door „arbeiders", hetgeen ook in het vervolg steeds is geschied en waarop dus verder de aandacht niet meer zal worden gevestigd.

Ondernemingen van mijnbouw zijn ook opgenomen als ondernemingen die een arbeidsovereenkomst op den voet der K. O. kunnen aangaan.

Artikel 2.

Dit artikel is nieuw en geeft een definitie van de arbeidsovereenkomst, ontleend aan de Nederlandsche arbeidswet. Deze wijziging schijnt juist, nu er naar wordt gestreefd om de koelieordonnantie op meer modernen grondslag op te zetten.

Artikel 3.

In dit artikel wordt nog eens uitdrukkelijk vermeld, dat de ordonnantie niet van toepassing is op aanneming van werk of op de overeenkomst tot het verrichten van enkele diénsten. Ook de Hollandsche wetgever achtte het alleen noodig om uitgewerkte regelen te geven van de rechten en verplichtingen tusschen werkgever en werknemer, voorzoover het betrof de arbeidsovereenkomst, waarbij er een dienstverhouding tusschen partijen bestaat.

Sluiten