Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het verschaffen van geneeskundige verpleging en huisvesting, de terugzending van den werkman naar de plaats van zijn oorspronkelijke herkomst, alle dergelijke bepalingen hebben alleen zin, indien de arbeider bij den werkgever „in dienst" is. Die verplichtingen voor den werkgever te scheppen, waar geen dienst verband is, zou een redelooze belasting van de werkgevende partij zijn, waartoe althans de Hollandsche wetgever geen de minste aanleiding heeft gevonden.

Op schuurbouwers en dergelijken zal dus deze ordonnantie niet van toepassing zijn. Wel op veldkoelies, omdat bij hen de overeenkomst van aanneming van werk het kenmerk van een arbeidsovereenkomst draagt.

Artikel 4. Vergelijk artikel 2 K. O. De bepaling, dat tot de inheemsche bevolking worden medegerekend de in het gewest geboren afstammelingen van de arbeiders, is niet overgenomen, immers met ons ontwerp beoogen wij het scheppen van een overgangstoestand om te komen tot een vrije arbeidsregeling, welke uit den aard der zaak ook op de afstammelingen der arbeiders van toepassing zal zijn, maar dan schijnt het eenvoudiger om ook voor die lieden de mogelijkheid open te stellen om arbeidsovereenkomsten volgens deze ordonnantie aan te gaan, hetgeen des te meer klemt, omdat juist die afstammelingen niet begrijpen, waarom zij geen contracten volgens de K. O. kunnen sluiten en anderen wel. Wel kunnen zij thans als vrije arbeiders op de onderneming blijven, maar, zooals wij reeds in onze nota zeiden, daardoor wordt een ongelijkheid van rechtstoestand geschapen, welke alleszins ongewenscht is.

Artikel 5. Vergelijk hierbij artikel 3 K. O. De bepalingen omtrent het nawerken zijn weggelaten, omdat het ons streven is, de koelieordonnantie zooveel mogelijk in overeenstemming te brengen met meer moderne beginselen, waarbij het nawerken niet past. Bovendien kunnen hierdoor de contracten met een jaar worden verlengd, terwijl door ons juist naar een minder vasten band tusschen partijen wordt gestreefd.

Ook het stam- en verzuimboek, dat, blijkens zijn plaatsing, speciaal met het oog op het nawerken wordt aangehouden, kan dus komen te vervallen.

De vraag rijst of de bepaling, dat de overeenkomst voor een bepaald aantal jaren of maanden moet worden aangegaan, niet in strijd is met den, voor den arbeider geldenden, opzeggingstermijn van 4 maanden, waardoor de overeenkomst meer doet denken aan een overeenkomst voor onbepaalden tijd aangegaan. De Hollandsche arbeidswetgever heeft aan dergelijke overeenkomsten niet gedacht en kent slechts overeenkomsten voor bepaalden tijd aangegaan, die met of zonder opzegging eerst eindigen nadat de termijn der overeenkomst verstreken is en overeenkomsten voor onbepaalden tijd aangegaan, waarbij dus geen termijn genoemd is en die dus alleen door opzegging eindigen.

De overeenkomst, zooals wij die bedoelen, is dus een combinatie van een overeenkomst voor onbepaalden tijd en voor bepaalden tijd aangegaan. Is zij daarom in strijd met de Hollandsche arbeidswet? Wij meenen van niet. Wel zal men op haar, naar ratio van de Hollandsche arbeidswet, de bepalingen omtrent beide soort-overeenkomsten moeten toepassen.

Zoo zal de overeenkomst, na het verstrijken van den termijn, van rechtswege eindigen. Aan den anderen kant zou, gesteld het geval, dat er geen p. s. was en de werkman zonder opzegging de overeenkomst tusschentijds onrechtmatig verbrak, de schadeloosstelling

Sluiten