Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

Christus' lijden en Christus' kerk.

Toen de Messias verscheen, lag daar te midden van het Heilige Land de stad Jerusalem in heel haar schoone heerlijkheid: als eene trotsche bruid, die wacht haren bruidegom. En de bruidegom kwam. Maar noch zijn liefde-woorden, noch zijn liefde-werken vermochten iets op heur harde hart. ■— Jerusalem, dat de profeten had gesteenigd en gedood, heeft ook den Zoon Gods gegeeseld en vermoord.

En het vonnis liet zich niet wachten, 't Jaar 70 kwam: „de Christenen verlieten de stad, de engelen den tempel" ....; en daar waar eens de Verlosser schreiend stond, daar stond Titus, de Romeinsche veldheer, berekenend de uitwerking der verdelging, die hij bracht over het trouwelooze volk. — Het Brood des Levens hadden zij geweigerd; en die niet vielen door het zwaard, kwamen om van honger. — Den Heilige hadden zij verbannen uit het heiligdom; en nog heden ten dage verkondigt de bekende Titus-boog te Rome, hoe de duizenden krijgsgevangen

Sluiten