Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo ergens dan is wel hier gebleken de volslagen onmacht van het oude heidendom.

Want, ja, ook zij die daar leefden weleer aan de Ganges en aan den Nijl en om den

voet van het Kapitool zij joegen hun

oogen diep in 't blauwe firmament en zochten daarboven de wondere macht, die beschikte over 's menschen aandeel aan liefde of haat, aan geluk of leed, aan purperen wijn in gouden bekers of het stuk gebedeld brood voor vreemde deuren. Ook zij doorworstelden uren van innerlijken strijd, als daar schreeuwde in hun binnenste de booze lust, gelijk een hongerige gier die om voedsel krijt: en zij zagen om naar hulp. Ook zij stonden sprakeloos voor de ijzeren poort des doods, waaruit wie intrad nimmer wederkeerde: en zij vroegen „wat dan?"

Maar, helaas, ondanks haar met goudglans-overgoten, in-lusten-gedrenkte levensheerlijkheid, stond de oude wereld radeloos voor de grillen van het noodlot en het alles-vernielend geweld der zedelijke wanorde, — stond zij hulpeloos, volslagen hulpeloos voor die meest-schrikwekkende macht, welke iederen mensch bedreigt, de macht des doods.

Sluiten