Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het dierlijfje was wild opgeschokt en weer neergezakt, had zich slechts wat uitgebogen; pijnlijk kluwden de klauwtjes ineen, een bloedgolfje bobbelde op.

En het jongetje wachtte, nieuwsgierig; begon toen weer voorzichtig te naderen, vreemd-verwonderd om het nu weer beweeglooze van het dier.

Zachtkens begon zijn z'n aandacht te verwijden. Het schrikkerig gevrees voor een plotseling opspringen van de kat week wel langzaam, — en in hem beefde, in 'n stijgende bekoring, het verlangen, om weer dicht bij het dier te komen, het aan te raken, dat griezelige te voelen in z'n vuisten, het te hebben in zijn macht; 'n kat, waarvoor hij nu niet meer bang was: de attractie, in eens te beheerschen het zoolang gevreesde....

Sluiten