Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En, in eens beslist, legde hij het dier op 't kleedje voor het groote ledikant, dat stond, 't bed opgemaakt, achter de armelijk witte, wel heldere

gordijnen.

Hij rukte één gordijn ter zijde en trok met beide handen het dek op, scheef naar voren.

„Poesie slapies doen, hoor!

Hij duwde fn kuiltje in het bed, vóóraan, sjorde weer het dier op, tilde het, zoo hoog hij kon, boven den bedrand uit en, moe in zn armen, pofte hij de kat neèr.

„Dér ...!"

ïneengesmakt bleef 't dier liggen. Nog even trilden flauw de oogleden; wijd-wezenloos stonden de lichtlooze oogen, gebroken, toen huiverde, als een schrik-rillen n laatst rekken langs zn pooten; 't dier was dood.

In vlekkerige veegjes kleefde t bloed aan 't schoone pussen; in t

Sluiten