Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vroolijk-bang voor oud-grootjes groote grijphanden, klautert hij wildhaastig weer de hooge bedsteê in. duikt gillend in de dekens, moffelt zich heel diep er onder.

„Opoe-oe! Boe, boe, boe!"

Guitig lachen oud-grootjes oogen.

„Ja, nou leg-ie goed! Blijf zoo maar een poosje weg!"

Hij voelt nu de soepele beddeweélde en rolt en danst en duikelt door de ruime bedsteê, laat zich in opoe's plekje vallen, trekt de dekens over z'n beenen en rukt dan woest aan de beddekwast.

„Vort, peerd! Vort!" Zich open-neer veerend, klakt hij met z'n tong, als 'n koetsier: „Vort! Vort!" De beddekwast krakt in de houten zoldering. „Zoo, hè opoe? Waar zei 'k nou naar toe rije ♦.. T*

»Joggie dan toch!" Oud-grootje schrikt van 't krakkend geluid, dat

Sluiten