Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekomen, aïs een valsche troost. Zij gaat-huiverend om in hare vale wade en de bange beklemming blijft.

Een vreemd verlangen stuwt in mij op en die wondere lust is wel zacht-bekorend. Want nu zal komen de breede stoet, en de uniformen, en de muziek, en de drommende massa: menschen, die een mensch begraven.

Door de straat gaan ze reeds in ijle rijen, langzaam nu met loome schuifelpasjes van in-stemming-zijn.

De roffel zwijgt maar en de stilte wacht...

De droeve drom nadert; hij nadert statig-langzaam in donkeren ernst, zacht-wiegend nog op den plechtigsoberen rhythmus van den trommompel, die wegstierf... lang.

Het zal gaan voorbij mij heen en ik zal alles kunnen zien. Het is zoo groot-ernstig en zoo vreemd-beko-

6. In de Zon.

Sluiten