Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wilde zee is vèr en zwart verlaten. Toch vréés ik den valen weedom niet.

Want de blanke geluiden komen weer, hoog-opklinkend in een blijweten van den naamloos-zachten vrede, die blauwt door het teeder vibreeren.

Stil zweven ze op als reine gewijden, blank en smetteloos klaar, blijreiend ten doode-dans; en door het bloemenland van den witten vrede gaan ze zacht heen naar de nevelen, die vèr zijn en geheim.

Blanke priesteressen op gouden klankrhythmen licht geheven, vroomdoende haar wondere litanie.

Zij weten de geheimenis, die het leven is; zij zingen zacht-zeggend het mysterie van den dood ...

En de wilde, donkere vloed maar al voort, somber-bang en woestwoelend zwart; maar vèr en niet te

Sluiten