Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En *t komt valsch dreigend aangeslopen, langzaam, dralerig, het slank wentelend satervolk. O! ze vreezen het klare oogenlicht, den fonkelenden moed van de blankgewapenden; zij sidderen voor het helle zwaard-blinken.

Zij schuifelen wriemelend om; ze kronkelen bochtend onder het lanstrillen; ze sluipen en warren en belagen, maar zij naderen niet!

Dan opééns, wild opgierend, zwiepen ze de vinnige straalpriemen omhoog, wreed en valsch.

Ze sissen knersend uit hun wilde woede. Het hoongekrijsch vliemt vloekend op .. . Ah!... Wreede saters, pijn en lijden, vloek en vuur en eeuwige haat! ...

Ze suizen door de lucht, 1 rillende even omhoog, ze suizelen wild-flikkerend weg, de strijdlansen van de

Sluiten