Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSCOMMISSIE ter voorbereiding van een algemeene herziening der niet-militaire pensioemretgeving.

's Gravenhage, 10 November 1919.

Aan

Hare Majesteit de Koningin.

Het behaagde Uwe Majesteit bij besluit van 8 November 1915, n°. 38 een Staatscommissie in het leven te roepen, die tot taak zou hebben de voorbereiding van een algemeene herziening der niet-militaire pensioenwetgeving. Het besluit tot instelling der Commissie luidde als volgt:

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Gezien de voordracht van Onzen Minister van Financiën van 5 November 1915, n°. 84 afdeeling Kabinet;

HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN:

1°. in te stellen een Staatscommissie, met opdracht om een regeling te ontwerpen van het pensioenrecht der burgerlijke ambtenaren en der andere groepen van niet-militare pensioensgerechtigden alsmede van dat hunner weduwen en weezen, welke de verschillende thans geldende regelingen zooveel mogelijk samenvat, gelijkvormig maakt en vereenvoudigt;

2°. te bepalen dat daarbij de bestaande pensioensaanspraken, voorzooveel de rechthebbenden betreft, in het oog zullen worden gehouden en verder zal worden nagegaan, welke maatregelen behooren te worden genomen om te voorkomen, dat de last der ten koste van den Staat komende pensioenen op de toekomst wordt geschoven; *

3°. aan de Commissie de bevoegdheid te verleenen zich door deskundigen te i doen voorlichten en deze als adviseerend lid tot hare vergaderingen toe te laten;

4°. te bepalen dat de Commissie haar vergaderingen zal houden te 's Gravenhage, ter plaatse door den Voorzitter aan te wijzen en dat zij zoodanige personen kan hooren, als zij in het belang harer werkzaamheid wenschelijk zal achten;

5°. te bepalen, dat het uit te brengen advies zal worden vastgesteld bij meerderheid van stemmen, met dien verstande dat ieder lid het recht heeft, zijn gevoelen, indien het van dat der meerderheid afwijkt, in een afzonderlijk advies kenbaar te maken;

6°. te benoemen:

tot lid en Voorzitter dier Commissie; Mr. Th. H. de Meester, Voorzitter van den burgerlijken pensioenraad en den pensioenraad voor de gemeente-ambtenaren, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal;

9

Sluiten