Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSCOMMISSIE ter voorbereiding van een algemeene herziening der niet-militaire pensioenwetgeving.

LIJST VAN PUNTEN, welke in de vergaderingen der Staatscommissie onderwerpen van bespreking hebben uitgemaakt.

Ambtenaarspensioen.

1. Wat bedoelt onze wetgeving met „pensioen"?

2. Zullen de betrokkenen voor hun pensioen bijdragen? Zoo ja, op welke wijze? (doorloopende of afloopende korting).

3. Is de weder-instelling van een pensioenfonds voor burgerlijke ambtenaren en de instelling van zulk een fonds voor onderwijzers en voor leeraren aan bijzondere scholen wenschëlijk ?

Zoo ja, één fonds (amalgamatie van bestaande fondsen) of meerdere ?

Zoo neen, hoe kan dan worden gewaakt tegen (verdere) afwenteling van de pensioenslast op de toekomst?

4. Wie behooren pensioensgerechtigd te zijn?

a. Welke eischen moeten aan pensioensgerechtigden worden gesteld ?

1. Dat zij in vasten dienst zijn?

2. Dat de dienst blijkt uit een schriftelijke aanstelling van het bevoegd gezag?

b. Indien men niet den eisch stelt van een schriftelijke aanstelling, hoe moet de dienstverhouding dan worden bewezen ?

c. Welke nieuwe groepen moeten pensioensgerechtigd worden ?

5. Gevallen waarin recht op pensioen moet bestaan en eischen die voor het verkrijgen van pensioen moeten worden gesteld.

1. a. Ouderdomspensioen.

Moet de 65-jarige leeftijd blijven bestendigd?

Moeten de exceptioneele categorieën van 55 jaar worden uitgebreid ?

b. Invaliditeitspensioen.

Moet het begrip „invaliditeit" blijven opgevat als „ongeschiktheid voor het bekleede ambt door lichamelijke of geestelijke oorzaken" ?

Moet de eisch van 10 jaar dienst als voorwaarde voor invaliditeitspensioen blijven gesteld?

c. Bijzonder pensioen wegens ongeschiktheid in en door den dienst.

Moet dit ongewijzigd blijven? Hoe moet het worden omschreven ?

6

Sluiten