Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d. Pensioen wegens opheffing der betrekking.

Zijn wijzigingen noodig in de bestaande regeling?

2. Zijn ten aanzien van de pensioenen sub a—d nog andere wijzigingen wenschelijk ?

3. Zijn naast de gevallen a—d nog andere gevallen voor het verkrijgen van pensioen aangewezen?

(b.v. een, al of niet uitgesteld, pensioen ingeval van vrijwillig verlaten van de betrekking).

6. Welke regelen moeten gelden voor het bewijs van ongeschiktheid wegens invaliditeit?

a. Moet het oordeel van de medici beslissend zijn? Of moet het medisch onderzoek slechts materiaal leveren, waarop de Kroon vrij beslist?

b. Moet meerdere éénheid worden gebracht in het medisch onderzoek, b.v. door een medisch inspecteur?

c. Moet de medicus kunnen beschikken over een rapport van den chef van den ambtenaar, waaruit de aard van de werkzaamheid van den ambtenaar blijkt en de omstandigheden blijken, waaronder die werkzaamheid werd verricht (vooral bij psychische gevallen van belang)?

d. Moet de aanwijzing en de belooning der medici anders Worden geregeld?

7. Naar welken maatstaf moet het bedrag van het pensioen worden berekend?

1. Moet het pensioenbedrag, als thans, afhangen van diensttijd en pensioensgrondslag? Of moet een ander stelsel worden aanvaard, b.v. aldus dat het pensioensbedrag méér verband houdt met de behoeften en dat het dus op jongeren leeftijd het grootst is? Indien niet, moet dan toch niet een bepaald minimum worden gesteld?

2. Moet het pensioensbedrag verband houden met den laatsten pensioensgrondslag? Of met een gemiddelden pensioensgrondslag? Over hoeveel jaren berekend? Welke gevolgen moet, ten aanzien van den pensioensgrondslag, een wed&everlaging hebben ? (Gedacht wordt alleen aan het geval dat men dezelfde betrekking blijft bekleeden. De vraag hoe te handelen bij over: gang of verlaten van betrekkingen, komt dus later aan de orde).

3. Moet een maximum percentage (thans s/3) en een maximum-bedrag (thans f 3000) voor het pensioen blijven gesteld ?

4. Moet niet een speciale regeling worden getroffen voor groepen die geen 40 dienstjaren zullen halen, hetzij omdat zij op ouderen leeftijd plegen te worden benoemd (professoren) hetzij omdat zij op 55 jaar recht op pensioen hebben (veldwachters) ?

8. Hoe moet worden gehandeld met door ambtenaren vervulden onbezoldigden, tijdelijken of zij deling schen dienst?

a. Moet een verschil worden gemaakt tusschen tijdelijken en zgn. „lossen" dienst? Zoo ja, waar ligt de grens?

b. Moet behouden blijven het bestaande stelsel van inkoop van tijdelijken dienst?

c. Mdet tijdelijke dienst, vóór 1 October 1913 als gemeenteambtenaar bewezen, voor inkoop vatbaar worden verklaard?

d. Moet behouden blijven het bestaande stelsel van inkoop van zijdelingschen dienst? Indien ja, moet dan ook zijdelingsche gemeentelijke dienst kunnen worden ingekocht?

Moet de zijdelingsche dienst alleen kunnen worden ingekocht als zij in bepaalde, opgesomde, betrekkingen'is vervuld? Met b.v. een aanvullingsbevoegdheid als artikel 3 Hinderwet geeft ?

Sluiten