Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTWERP VAN WET.

Verleening van pensioenen aan ambtenaren en hun weduwen en weezen.

Wij WIL HELMIN A, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is, om nieuwe en onderling meer gelijkluidende bepalingen vast te stellen voor de regeling der pensioenen van de niet tot de militairen behoorende ambtenaren en hun weduwen en weezen;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

EERSTE TITEL. Inleidende bepalingen. Artikel 1.

1. Er bestaat een algemeen burgerlijk pensioenfonds, dat rechtspersoonlijkheid bezit.

2. Waar in deze wet wordt gesproken van „het fonds" wordt het in het eerste lid genoemde fonds bedoeld.

Artikel 2. >

1. Ten laste van het fonds wordt pensioen verleend aan ambtenaren en met hen gelijkgestelden, alsmede' aan hun weduwen en weezen, naar de regelen bij deze wet bepaald.

2. In buitengewone gevallen, waarin bij deze wët niet is voorzien of waaromtrent haar bepalingen geacht worden geen billijken maatstaf op te leveren tot vergelding van door ambtenaren bewezen diensten, wordt bij afzonderlijke wetten voorzien.

Aitikol 3.

1. Deze wet verstaat onder ambtenaar allen die, benoemd door het daartoe bevoegd gezag van Rijk, provincie, gemeente, waterschap, veenschap of veenpolder, een betrekking bekleeden, waaraan een wedde is verbonden uit de inkomsten van één of meer dier lichamen. Echter worden niet als ambtenaar beschouwd:

a. personen in kerkelijke of militaire betrekkingen;

b. loodsen in Rijksdienst;

c. mindere geëmployeerden, werklieden en bedienden, op daggeld werkzaam bij inrichtingen van 's Rijks land- en zeemacht, ('s Rijks jachten en werkvaartuigen daaronder begrepen), voorzoover zij niet krachtens de bij het inwerkingtreden van deze wet vervallen Burgerlijke Pensioenwet burgerlijk ambtenaar waren;

d. Gedeputeerde Staten eener provincie, wethouders eener gemeente en leden van besturen van waterschappen, veenschappen en veenpolders;

e. personen, buiten die, onder d genoemd, aan wier ambt een wedde is verbonden uit de inkomsten van eenwaterschap,

Sluiten