Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Het op grond van dit artikel berekende pensioen wordt met het vroeger toegekende pensioen tot één pensioen vereenigd.

4. Indien hij ophoudt ambtenaar te zijn en hij ter zake van het ontslag uit de laatstelijk door hem bekleede betrekking of betrekkingen aanspraak op pensioen kan doen gelden, zal het geheele pensioen niet minder bedragen, dan het pensioen zou bedragen hebben, indien hem te rekenen van den dag, waarop een vroeger ontslag met aanspraak op pensioen is ingegaan, ook uit de destijds aangehouden betrekking of betrekkingen ontslag was verleend.

Artikel 61.

1. Indien een gepensionneerd ambtenaar, na uit al zyn betrekkingen ontslagen te zijn, later opnieuw in een pensioengerechtigde betrekking wordt geplaatst, wordt voor de bepaling van een eventueel pensioen in die betrekking geen rekening gehouden met de vroeger bekleede betrekkingen.

2. Ten aanzien van dat pensioen blijft de bepaling van artikel 50, voorzoover het minimum van 30 percent betreft, buiten toepassing.

Artikel 62.

1. Voor hem, die op grond van opheffing van zijn betrekking of een nieuwe organisatie van zijn dienstvak, recht heeft op pensioen en op wachtgeld, wordt het pensioen tijdens den duur van het wachtgeld verminderd met het bedrag daarvan.

2. Verkrijgt hij wien een pensioen is toegekend als bedoeld in artikel 43, tweede lid, met een dag na dien van ingang van het pensioen een nieuwe betrekking die uitzicht geeft op pensioen volgens deze wet, dan wordt het pensioen verminderd met het bedrag van den grondslag in die betrekking.

Artikel 63.

1. Met afwijking van het bepaalde in de vorige artikelen bedraagt het pensioen van een gewezen Minister voor ieder dienstjaar als zoodanig yi2 van zijn grondslag als zoodanig.

2. Heeft hij die als Minister wordt gepensionneerd, vroeger diensten in andere betrekkingen vervuld die voor het pensioen in die betrekkingen medetellen en niet reeds met pensioen zijn vergolden, dan wordt — tenzij hij die betrekkingen tijdens zijn Ministerschap is blijven vervullen — zijn Ministerspensioen verhoogd met een bedrag wegens die diensten. Dit bedrag wordt voor elk dienstjaar gesteld op twee percent van de wedde, die hij vóór zijn Ministerschap laatstelijk had.

3. Een pensioen van een gewezen Minister overschrijdt, ook na de verhooging van het vorige lid, niet een bedrag van f 6000.

4. Wordt een gewezen Minister opnieuw Minister, dan wordt tijdens den duur van zijn Ministerschap het hem bij zijn ontslag uit dat ambt toegekende pensioen ingehouden.

Artikel 64.

1. Een zelfde persoon geniet te zamen niet meer dan f 4000 per jaar aan pensioen volgens deze wet of, komt hem een pensioen als gewezen Minister toe, niet meer dan f 6000 per jaar.

2. Het pensioen van hem die volgens deze wet recht heeft op pensioen en tevens een pensioen op grond van een andere regeling geniet ten laste van den Staat, (daaronder begrepen het pensioen, bedoeld in het derde lid van artikel 89 deiGrondwet), ten laste van een provincie, een gemeente, een waterschap, veenschap of veenpolder, of ten laste van een hier te lande door het openbaar gezag ingesteld fonds, wordt beperkt tot zoodanig bedrag dat het totaal zijner pensioenen niet meer bedraagt dan f 4000 of, komt hem een pensioen als gewezen Minister toe, niet meer dan f 6000. ^,

Artikel 65.

1. Indien eenig feit aanleiding geeft tot het toekennen aan denzelfden persoon zoowel van een uitkeering krachtens de

Sluiten