Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ongevallenwet 1901 of een andere wet inzake sociale verzekering, als van pensioen ten laste van het fonds, wordt over den tijd gedurende welken beide gelijktijdig zouden worden genoten, het bedrag der uitkeering in mindering gebracht van het pensioen.

2. Indien aan denzelfden persoon zoowel een ouderdomsuitkeering ten laste van den Staat toekomt als een pensioen ten laste van het fonds, wordt over den tijd gedurende welken beide gelijktijdig zouden worden genoten, het bedrag der uitkeering in mindering gebracht van het pensioen.

Artikel 66.

L De verhooging, bedoeld in artikel 59, wordt toegekend voor een tijd van ten minste één en ten hoogste vijfjaar. Ter bepaling of na dien termijn de verhooging moet blijven toegekend en tot welk bedrag, doet de Pensioenraad een nieuw onderzoek instellen naar den toestand van den gepensionneerde. "Verhindert deze, zij het ook alleen door gebrek aan medewerking, dat een onderzoek of een voldoend onderzoek plaats heeft, dan kan de Pensioenraad bepalen dat na afloop van den termijn waarvoor zij aanvankelijk werd toegekend, de verhooging zal zijn vervallen en het pensioen zal worden bepaald op den voet van het tweede lid van dit artikel.

2. Blijkt bij het nieuwe onderzoek dat de gepensionneerde door voor hem passenden arbeid geheel in zijn levensonderhoud kan voorzien, dan wordt de hem toegekende verhooging ingetrokken met ingang van den dag na dien, waarop de termijn van toekenning eindigde, en het pensioen bepaald op den voet van art. 50.

3. Blijkt bij het nieuwe onderzoek dat de gepensionneerde door voor hem passenden arbeid gedeeltelijk in zijn levensonderhoud kan voorzien, dan wordt de hem toegekende verhooging verminderd, met ingang van den dag na dien, waarop de termijn van toekenning eindigde. De vermindering geschiedt dan tot 3/4, ya of y4 van het bedrag der verhooging, naarmate van den graad der geschiktheid om door passenden arbeid in het levensonderhoud te voorzien.

4. Bij een besluit tot vermindering der verhooging bepaalt de Pensioenraad een tèrmijn waarbinnen intrekking of nieuwe vermindering niet zal kunnen plaats vinden. Overigens kan de Pensioenraad, met inachtneming van het bepaalde in de beide laatste volzinnen van het eerste lid van dit artikel, het pensioen steeds herzien, in verband met veranderingen in de geschiktheid van den gepensionneerde om door voor hem passenden arbeid in zijn levensonderhoud te voorzien — met dien verstande echter dat herziening niet meer kan plaats grijpen wanneer sinds de eerste toekenning van het pensioen 7 jaar

, of langer zijn verloopen.

Artikel 67.

Ieder pensioen wordt naar boven in guldens afgerond. Hoofdstuk III. Van aanvrage en toekenning van pensioen. Artikel 68.

1. Toekenning van pensioen of verhooging van een reeds toegekend pensioen geschiedt op schriftelijke aanvrage, door of vanwege den belanghebbende aan den Pensioenraad gericht.

2. De Pensioenraad is echter bevoegd een pensioen, behalve een invaliditeitspensioen of een verhoogd invaliditeitspensioen, ambtshalve toe te kennen. Het besluit tot toekenning moet dan worden genomen binnen een' jaar na den dag, waarop het recht op pensioen ontstond.

Artikel 69.

1, Strekt de aanvrage tot het verkrijgen van invaliditeitspensioen of verhoogd invaliditeitspensioen, dan wordt geen beslissing genomen dan nadat twee geneeskundigen den aanvrager hebben onderzocht en omtrent hem een verklaring hebben afgegeven.

2. Indien de geneeskundigen het voor het uitbrengen van hun rapport noodig achten dat inlichtingen over den aanvrager

10

Sluiten