Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 74.

Wijkt het gevoelen van de deskundigen, bedoeld in het tweede lid van artikel 72 of in artikel 73, af van dat van de genees: kundigen, over wier rapport zij werden gehoord, dan wordt van het gevoelen van eerstbedoelde deskundigen geen gebruik gemaakt dan nadat de andere deskundigen tegenover den Pensioenraad hun gevoelen nader schriftelijk hebben kunnen verdedigen.

Artikel 75.

1. Voor een door hen gedaan onderzoek of een door hen uitgebracht rapport ontvangen de geneeskundigen een vergoeding naar een tarief, bij algemeenen maatregel van bestuur vastgesteld.

2. De kosten van een onderzoek als bedoeld in artikel 69, komen ten laste van den onderzochte, als hem geen pensioen wordt toegekend en het onderzoek is geschied op zijn verzoek of omdat hij een invaliditeitspensioen of een verhoogd invaliditeitspensioen had aangevraagd. De kosten van den derden ge'neeskundige, bedoeld in den tweeden volzin van het eerste lid van artikel 71, komen steeds te zijnen laste.

3. Overigens komen de kosten van geneeskundige onderzoekingen en rapporten ten laste van het fonds.

4. Alle op het geneeskundig onderzoek betrekking hebbende stukken zijn vrij van zegelrecht en worden kosteloos geregistreerd.

Artikel 76.

1. De Pensioenraad beslist op een verzoek om pensioen of verhooging van pensioen. De beslissing is met redenen omkleed.

2. De artikelen der wet, waarop de beslissing steunt, worden in de beslissing vermeld.

Hoofdstuk IV. Bijzondere bepalingen voor directeuren,

leeraren, onderwijzers en beambten van bijzondere scholen.

Artikel 77.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: „bijzondere leeraren" : personen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, die met ambtenaren zijn gelijkgesteld;

„bijzondere onderwijzers" : personen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b en c, die met ambtenaren zijn gelijkgesteld.

Artikel 78.

Voor een bijzonderen onderwijzer, wiens wedde niet uitsluitend bestaat uit een bedrag in geld, eventueel met het genot van vrij wonen of vrij inwonen, wordt de pensioensgrondslag vastgesteld:

a. voor het hoofd eener bijzondere school:

op het bedrag der jaarwedde, bedoeld in artikel 26 quinquies der wet tot regeling van het lager onderwijs, zooals die is gewijzigd bij de wet van 14 Juli 1919 (Staatsblad n°. 493.) Voor de berekening van het aantal leerlingen komt uitsluitend de toestand op 15 Januari in aanmerking;

b. voor elk der onderwijzers die het hoofd eener school als onder a bedoeld, bijstaan: op het bedrag der jaarwedde, bedoeld in de artikelen 26 bis tot en met 26 quater van de onder a genoemde wet;

c. voor eiken directeur en voor ieder der overige onderwijzers eener bijzondere kweekschool: op hét bedrag der jaarwedde, die volgens het Bezoldigingsbesluit voor burgerlijke ambtenaren voor overeenkomstige krachten bij het openbaar onderwijs zou gelden;

d. voor elk der beambten: op het bedrag dér jaarwedde, overeenkomstig een door Ons te bepalen schaal van het Bezoldigingsbesluit voor burgerlijke ambtenaren.

11

Sluiten