Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. de bijzondere school waaraan zij zijn verbonden, ophoudt te voldoen aan den eisch dat het leerplan, wat betreft de vakken en het aantal lesuren, voldoet aan het bepaalde in artikel 59öis, tweede en derde lid, der wet tot regeling van het lager onderwijs ;-

ö. zij overgaan naar een andere bijzondere school, waarvan op het tijdstip van den overgang niet vaststaat dat zij niet voldoet aan den onder a gestelden eisch;

c. zij binnen een jaar na het verlies van de betrekking, in artikel 4, eerste lid onder b omschreven, als onderwijzer aan het hoofd komen te staan van een voor hun eigen rekening beheerde bijzondere school als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder ö of bijzondere kweekschool tot opleiding van onderwijzers;

d. hun betrekking blijkt te zijn opgeheven.

Artikel 86.

Een pensioen, als bedoeld in artikel 84 of artikel 85, wegens ongeschiktheid voor de vervulling van de daar bedoelde betrekkingen toegekend, gaat eerst in met den dag waarop de pensioensaanvrage bij den Pensioenraad is ingekomen.

ZEVENDE TITEL. Van het pensioen der wednwen en weezen.

Hoofdstuk I. Van het recht op pensioen.

Artikel 87.

1. Recht op weduwenpensioen heeft:

cl. de weduwe van een ambtenaar, tenzij het huwelijk was gesloten, nadat hij den leeftijd van 65 jaar had bereikt;

b. de weduwe van een gepensionneerd ambtenaar, tenzij het huwelijk was gesloten, nadat hij was gepensionneerd of nadat hij den leeftijd van 65 jaar had bereikt;

c. de weduwe van een op wachtgeld gesteld ambtenaar, tenzij het huwelijk was gesloten, nadat hij op wachtgeld was gesteld of nadat hij den leeftijd van 65 jaar had bereikt.

2. Indien een weduwe op grond van het eerste lid in meer dan één hoedanigheid recht heeft op pensioen, kan zij slechts aanspraak maken op één pensioen, en wel op het hoogste.

Artikel 88.

1. Recht op weezenpensioen hebben:

a. de minderjarige wettige of gewettigde kinderen van een overleden mannelijk ambtenaar, tenzij zij geboren zijn uit een huwelijk, gesloten nadat hun vader den leeftijd van 65 jaar had bereikt of tenzij zij na dat tijdstip gewettigd zijn;

b. de minderjafige wettige of gewettigde kinderen van een overleden gepensionneerd mannelijk ambtenaar, tenzij zij geboren zijn uit een huwelijk, gesloten nadat hun vader was gepensionneerd of nadat hij den leeftijd van 65 jaar had bereikt, of tenzij zij na dat tijdstip gewettigd zijn;

c. de minderjarige wettige of gewettigdë kinderen van een overleden, op wachtgeld gesteld mannelijk ambtenaar, tenzij zij. geboren zijn uit een huwelijk, gesloten nadat hun vader op wachtgeld was gesteld of nadat hij den leeftijd van 65 jaar had bereikt of tenzij zij na dat tijdstip gewettigd zijn.

2. Het bepaalde bij het laatste lid van artikel 87 vindt overeenkomstige toepassing.

Artikel 89.

1. Bovendien hebben recht op weezenpensioen.

a. de minderjarige wettige of gewettigde kinderen van een overleden vrouwelijk ambtenaar;

12

Sluiten