Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. de minderjarige wettige of gewettigde kinderen van een overleden gepensionneerd vrouwelijk ambtenaar, tenzij zij geboren zijn uit een huwelijk, gesloten nadat hun moeder was gepensionneerd of tenzij zij na dat tijdstip gewettigd zijn;

c. de minderjarige wettige of gewettigde kinderen van een overleden op wachtgeld gesteld vrouwelijk ambtenaar, tenzij zij geboren zijn uit een huwelijk, gesloten nadat hun moeder was op wachtgeld 'gesteld of tenzij zij na dat tijdstip gewettigd zijn.

2. Het bepaalde bij het laatste lid van artikel 87 vindt overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk II. Van de berekening van het pensioen.

Artikel 90.

1. Het weduwenpensioen bedraagt 40 % van denlaatsten pensioensgrondslag of, indien de overledene laatstelijk meer dan één betrekking gelijktijdig bekleedde, van de som der pensioensgrondslagen, die hij het laatst als ambtenaar had.

2. Het weduwenpensioen zal echter in geen geval minder bedragen dan 40 % van het hoogste jaarlijksche gemiddelde van de gezamenlijke grondslagen welke staande het huwelijk gedurende drie achtereenvolgende jaren hebben gegolden.

3. Het weezenpensioen bedraagt:

a. 7L/„ °/0 van de bedragen in het eerste en tweede lid bedoeld, voor elk kind, welks moeder aan het overlijden van den vader aanspraak op pensioen ontleent;

b. 12% % van de bedragen in het eerste en tweede lid bedoeld voor elk ander kind.

4. Het weduwenpensioen en het gezamenlijk bedrag van een weezenpensioen wordt naar boven in guldens afgerond.

Artikel 91.

Het weduwenpensioen en het weezenpensioen worden ten hoogste over een grondslag of een totaal aan grondslagen van f 3000 berekend.

Artikel 92.

Het gezamenlijk bedrag aan weduwen- en weezenpensioen of aan weezenpensioen gaat het bedrag of het gezamenlilk bedrag, waarover deze pensioenen zijn berekend, niet te boven en overschrijdt in geen geval het bedrag van f 3000. Indien, in verband met dit voorschrift, de pensioenen een vermindering moeten ondergaan, geschiedt deze in evenredigheid van de bedragen der pensioenen.

Artikel 93.

Indien een kind aan het overlijden van elk zijner ouders aanspraak op pensioen ontleent, wordt het hoogste der pensioenen toegekend.

Artikel 94.

Het weezenpensioen wordt ambtshalve van 71/3 op 121/» percent van de in het eerste en tweede lid van artikel 90 bedoelde bedragen gebracht, als het weduwenpensioen van de moeder is geëindigd 'of zoolang dit op grond van eenige bepaling dezer wet niet mag worden genoten.

Artikel 95.

1. Het weezenpensioen voor de gezamenlijke kinderen, uit één huwelijk gesproten, wordt als een éénheid toegekend.

2. Zijn de kinderen uit verschillende huwelijken gesproten, dan wordt het weezenpensioen voor de gezamenlijke kinderenuit elk dier huwelijken als een afzonderlijke éénheid toegekend.

3. In afwijking van de beide vorige leden kan bij het besluit tot toekenning of bij een later besluit in het belang der rechthebbenden een pensioen worden gesplitst.

Sluiten