Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel %.

1. Weduwen en weezen, als zoodanig recht hebbend op eenig ander pensioen uit de inkomsten van den Staat of uit die van zijn koloniƫn en bezittingen' in andere werelddeelen, hebben geen recht op pensioen uit het fonds, dan wanneer en voorzoover het door hen genoten pensioen lager is dan dat, waarop de bepalingen van deze wet hun als zoodanig aanspraak geven.

2. Een pensioen waarop recht is verkregen door vrijwillige deelneming krachtens bepalingen in koloniale verordeningen wordt niet geacht te worden betaald uit de inkomsten van den Staat of van zijn Koloniƫn en bezittingen in andere werelddeelen.

Artikel 97

Ingeval de weduwe of de kinderen van een overledene recht hebben op pensioen ten laste van het fonds en op een rente krachtens de Ongevallenwet 1901 of een andere, wet inzake sociale verzekering, of op een ouderdomsuitkeering ten laste van den Staat, wordt over den tijd gedurende welken beide gelijktijdig zouden worden genoten, het bedrag der uitkeering in mindering gebracht van het pensioen.

Hoofdstuk III. Van aanvrage en toekenning van pensioen.

Artikel 98.

Toekenning van pensioen of verhooging van een reeds toegekend pensioen geschiedt op schriftelijke aanvrage, door of vanwege d6n belanghebbende of de belanghebbenden aan den Pensioenraad gericht.

Artikel 99.

1. De Pensioenraad beslist op een verzoek om pensioen of verhooging van pensioen. De beslissing is met redenen omkleed.

2. De artikelen der wet, waarop de beslissing steunt, worden in de beslissing vermeld.

ACHTSTE TITEL. Van ingang en einde der pensioenen. Artikel 100.

1. Behoudens afwijkende bepalingen gaat het ambtenaarspensioen in met den dag waarop het recht op pensioen is ontstaan en het weduwen- en weezenpensioen met den dag volgende op dien van het overlijden van hem, aan wien het werd ontleend.

2. Wordt het pensioen toegekend op grond van een aanvraag, gedaan meer dan twee jaren na den dag waarop het volgens het vorige lid zou ingaan, dan gaat het echter eerst in met den dag waarop de aanvrage bij den Pensioenraad is ingekomen.

Artikel 101.

Een pensioen, krachtens het derde lid van artikel 114 opnieuw toegekend, gaat eerst in met den dag waarop de aanvrage bij den Pensioenraad is ingekomen.

Artikel 102.

Een aanvankelijk geweigerd pensioen of een verhooging van pensioen gaat eerst in met den dag waarop de aanvrage, die leidde tot toekenning van het aanvankelijk geweigerde pensioen of tot verhooging van het pensioen, bij den Pensioenraad is ingekomen.

Artikel 103.

1. Het pensioen eindigt met het einde van de maand volgende op die van het overladen, het weezenpensioen tevens met het einde van de maand waarin de rechthebbende meerderjarig werd.

Sluiten