Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. het eerste lid van artikel 107 heeft overtreden en na naar aanleiding daarvan door den Pensioenraad te zijn gewaarschuwd, den met die verbodsbepaling in strijd zijnden toestand niet binnen 6 maanden na de dagteekening der waarschuwing doet ophouden.

2. De betaling van een pensioen, ten aanzien waarvan het eerste lid van artikel 107 is overtreden, wordt van de dagteekening van de evengenoemde waarschuwing tot het tijdstip, waarop aan die waarschuwing gevolg is gegeven, geschorst. Het pensioensbedrag dat dientengevolge wordt ingehouden, wordt, wanneer het pensioen op grond van overtreding van het eerste lid van artikel 107 komt te vervallen, niet uitbetaald.

3. In bijzondere gevallen kan een op grond van dit artikel vervallen pensioen na Onze machtiging door den Pensioenraad opnieuw worden toegekend.

Artikel 115.

Onverminderd het bepaalde in artikel 63 der wet van 5 October 1841 [Staatsblad n°. 40) worden pensioenen die zijn toegekend met inachtneming van de bij de wet gestelde regelen, door de Algemeene Rekenkamer verevend tot de bedragen, waarop zij zijn toegekend, tenzij ingevolge het bepaalde bij de artikelen 113 of 114 dezer wet, een lager bedrag behoort te worden betaald of de betaling achterwege moet blijven.

ELFDE TITEL. Van beroep. Artikel IK!.

H Tegen alle beslissingen van den Pensioenraad, die van belang kunnen zijn voor te betalen bijdrage, het recht op en het bedrag van pensioen, en de betaalbaarheid van pensioen, staat beroep open op den Centralen Raad van Beroep, bedoeld in artikel 1 der Beroepswet.

2. Het beroep kan worden ingesteld door hem, wiens belangen bij de beslissing rechtstreeks betrokken zijn en door Onzen Minister met de uitvoering van deze wet belast. Laatstgenoemde kan een persoon aanwijzen, die namens, hem het beroep kan instellen en in het proces kan optreden. Die aanwijzing kan algemeen zijn of voor bijzondere gevallen geschieden.

Artikel 117.

1. Tegen beslissingen omtrent pensioensgrondslagen, ingevolge artikel 35, tweede lid, door de organen van openbare lichamen genomen, bestaat beroep alsof zij door den Pensioenraad genomen waren.

2. De Pensioenraad kan ambtshalve wijziging brengen in een pensioensgrondslag, in het eerste lid bedoeld.

Artikel 118.

1. De termijn van beroep is een maand. Die termijn vangt aan te loopen den dag na dien waarop de bestreden beslissing is gedagteekend.

2. Hij die beroep instelt na den daarvoor bepaalden termijn, wordt niet op grond daarvan niet-ontvankelijk verklaard, indien hij ten genoegen van den rechter in beroep aantoont, het beroep te hebben ingesteld binnen een maand na den dag, waarop hij van de beslissing, waartegen beroep wordt ingesteld, redelijkerwijs heeft kunnen kennis dragen.

3. Beroep, ingesteld door Onzen Minister, met de uitvoering van deze wet belast, is niet aan een termijn gebonden. Is dat beroep echter ingesteld later dan drie maanden na den dag waarop de bestreden beslissing i's gedagteekend, dan kan de uitspraak van den Centralen Raad van Beroep niet van nadeelig gevolg zijn voor hem, wiens belangen bij de uitspraak zijn betrokken.

Artikel 119.

1. Het instellen van beroep heeft geen schorsende werking ten aanzien van de oorspronkelijke beslissing.

Sluiten