Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betrekking die zij op dat tijdstip vervullen, missen, wordt alsnog zulk eene aanstelling, ingaande op dat tijdstip, uitgereikt.

2. Binnen vier maanden na dat tijdstip ontvangt de Pensioenraad gewaarmerkte afschriften van de op grond van het eerste lid uitgereikte aanstellingen. Na dien termijn vinden de artt. 30 en 31 overeenkomstige toepassing.

3. Voor hem die vóór dat tijdstip een betrekking van ambtenaar of een onbezoldigde betrekking, bedoeld in art. 40, eerste lid onder a, heeft vervuld zonder een schriftelijke aanstelling van de tot benoemen bevoegde autoriteit, geldt als zoodanig in die betrekking een schriftelijke verklaring van die autoriteit, dat het de bedoeling is geweest hem als ambtenaar of in onbezoldigden dienst werkzaam te doen zijn.

Artikel 126.

1.. Met de in het tweede lid genoemde beperking en onder de in het vijfde lid gestelde voorwaarde kan voor pensioen worden ingekocht de tijd dien een ambtenaar vóór bet tijdstip van het in werking treden van deze wet, boven den leeftijd van 18 jaren als ambtenaar, (ook als tijdelijk ambtenaar), in zijdelingschen dienst, bedoeld in art. 40, eerste lid onder b, of in een -onbezoldigde betrekking, bedoeld in art. 40, eerste lid onder a, heeft doorgebracht, met uitzondering van den tijd die onder de werking van een vroegere wet reeds voor pensioen geldig was of die op grond van zoodanige wet voor pensioen reeds is of nog wordt ingekocht.

2. Om voor pensioen te kunnen worden ingekocht moet diensttijd in zijdelingschen dienst, bedoeld in het eerste lid, hetzij onmiddellijk, althans zonder wezenlijke onderbreking, zijn gevolgd door diensttijd als ambtenaar of onmiddellijk, althans zonder; wezenlijke onderbreking, aansluiten aan diensttijd in zijdelingschen dienst na het tijdstip van in werking treden van deze wet, die voor pensioen wordt ingekocht, hetzij, al dan niet in vereeniging met diensttijd in zijdelingschen dienst na dat tijdstip, ten minste twee jaren zonder onderbreking hebben geduurd

3. Diensttijd, bedoeld in bet eerste lid, kan slechts in zijn geheel voor pensioen worden ingekocht.

4. Niet voor pensioen kan worden ingekocht diensttijd waarover reeds pensioen werd verleend.

5. Hij die op het tijdstip van het in werking treden van deze wet ambtenaar is moet binnen zes maanden na dat tijdstip en hij die later als ambtenaar wordt aangesteld moet binnen zes maanden na den dag van ingang zijner benoeming de volgende stukken aan den Pensioenraad zenden:

a. zijn gezamenlijke aanstellingen als ambtenaar of in onbezoldigde betrekkingen met ingang van een tijdstip voorafgaande aan dat van het in werking treden van deze wet of indien het den inkoop van diensttijd in zijdelingschen dienst betreft — met uitzondering van dien na 1 Juli 1912 in zijdelingschen Staatsdienst — een stuk uit den tijd der dienstvervulling, waaruit van de indienstneming rechtstreeks of zijdelings blijkt, of indien aannemelijk wordt gemaakt dat zulk een stuk niet kan worden overgelegd, andere gegevens die de indienstneming staven;

b. gegevens waaruit blijkt van den duur van den in elke der onder a bedoelde betrekkingen doorgebracbten tij d;

c. een stuk waarbij hij verklaart er genoegen mede te nemen, dat het in het eerste lid van art. 129' genoemde deel der daar bedoelde bijdrage op hem wordt verhaald;

6. De Pensioenraad stelt het voor pensioen in te koopen tijdvak en het bedrag der verschuldigde bijdrage vast en geeft dat bedrag op aan het lichaam dat het verschuldigd is.

Artikel 127.

1. De bijdrage voor inkoop voor pensioen van den in art. 126, eerste lid, bedoelden tijd bedraagt voor elk jaar

Sluiten