Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over. De - boeken, bescheiden en registers van comptabelen aard dier fondsen worden overgebracht naar het fonds.

Artikel 147.

De op het tijdstip van het in werking treden van deze wet nog krachtens art. 67 der Pensioenwet voor de gemeenteambtenaren 19131, art. 18 der Burgerlijke Pensioenwet of art. 46 der Pensioenwet voor de bijzondere leeraren 1913 verschuldigde vergoedingen behoeven niet meer te woiden voldaan.

Artikel 148.

Met het tijdstip van het in werking treden van deze wet komen ten laste van het fonds de ten laste van den Staat aan ambtenaren en aan weduwen en weezen van ambtenaren verleende pensioenen. Mede komen ten laste van het fonds de pensioenen die na dat tijdstip, nog krachtens "vorige wetten, aan ambtenaren en aan weduwen en weezen van ambtenaren worden toegekend.

Artikel 149.

De pensioensbijdragen die na het tijdstip van het in werking treden van deze wet nog uit kracht van vorige w├ętten, door of voor ambtenaren verschuldigd zijn, of aan of voor ambtenaren moeten worden teruggegeven, komen ten bate, respectievelijk ten laste van het fonds.

Artikel 150.

1. Zoodra mogelijk na het tijdstip van het in werking treden van deze wet wordt een wetenschappelijke balans van het fonds opgemaakt naar den toestand op dat tijdstip.

2. Bij de wet worden de voorzieningen getroffen, waartoe deze balans aanleiding mocht geven.

3. In afwachting van de totstandkoming van de in het tweede lid bedoelde wet, verleent de Staat aan het fonds voorschotten tot een bedrag van ten hoogste tien millioen gulden.

Artikel 151.

Met het tijdstip van het in werking treden van deze wet worden de Burgerlijke Pensioenraad en de Pensioenraad voor de gemeenteambtenaren ontbonden. De boeken, bescheiden en registers dier raden worden overgebracht naar den Pensioenraad.

Artikel 152.

Bij de behandeling na het tijdstip van het in werking treden van deze wet van pensioensaangelegenheden, die nog geheel of ten deele volgens vorige wetten moeten worden geregeld, vinden toepassing de op het formeele recht betrekking hebbende bepalingen dezer wet,' met inbegrip van die omtrent het geneesfoundig onderzoek van hen, die aanspraken meenen te ontleenen aan invaliditeit.

Artikel 153.

Behoudens de in de volgende artikelen genoemde uitzonderingen, vervallen met het tijdstip van het in werking treden van deze wet de Burgerlijke Pensioenwet, de Pensioenwet voor de gemeenteambtenaren 1913, de Pensioenwet voor de bijzondere leeraren 1913, de artt. 39, 40, 42, 43, 44, 60 tot en met 72, 74 en 75 der wet tot regeling van het lager onderwijs, de Weduwenwet voor de ambtenaren 1890, de Weduwenwet voor de onderwijzers 1905, de Weduwenwet voor de gemeenteambtenaren 1913 met de wetten of onderdeelen van wetten, die in die wetten en in die artikelen wijziging hebben gebracht;

de artt. 44 ter en 131, derde lid der Provinciale wet, .de artt. 32 en 33 der wet tot regeling van het middelbaar onder-

Sluiten