Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in werking treden van deze wet hooger was dan het gezamenlijk bedrag hunner laatste wedden, voor zooveel zich ten opzichte van belanghebbenden het hierboven onder VI, a, genoemde geval voordoet ;

voor diegenen der weduwen en weezen van gepensionneerde onderwijzers in voormelden zin die op het tijdstip van het in werking treden van deze wet uitzicht hebben op een pensioen, hooger dan dat, hetwelk volgens de bij deze wet voorgeschreven wijze van berekening zou worden toegekend;

en voor de weduwen en weezen der oud-gemeente-ambtenaren die gebruik hebben gemaakt van de bij art. 3 van eerstgenoemde wet verleende bevoegdheid;

b. de artt. 27, tweede lid, en 37, derde, vierde en vijfde lid, voor de oud-gemeente-ambtenaren die van bedoelde bevoegdheid gebruik hebben gemaakt. Voor deze oudgemeente-ambtenaren vervalt de verplichting tot bijdragen wanneer zij als ambtenaar worden herplaatst.

X. Van de Pensioentoet voor zijdelingschen Staatsdienst 1912, de artt. 2 en 5 en de eerste drie leden van art. 6 ten opzichte van de bijdragen voor inkoop voor pensioen van de door op het tijdstip van het in werking treden van deze wet in dienst zijnde of daarna herplaatst wordende ambtenaren vroeger bewezen diensten die zij op dat tijdstip reeds gedeeltelijk op den voet dier bepalingen hebben ingekocht.

Artikel 155.

Van de artikelen, genoemd in het vorig artikel, worden de volgende in onderstaanden zin gewijzigd:

I. Burgerlijke Pensioenwet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 November 1918 (Staatsblad n°. 601).

a. voor de gewezen burgerlijke ambtenaren, bedoeld in het vorig artikel onder 7a:

In het tweede lid van art, 3 wordt voor „als burgerlijk ambtenaar" gelezen ,,als ambtenaar in den zin der Pensioenwet 19 ".

In het laatste lid van art. 33 wordt voor ,,het Departement van Financiën" gelezen ,,den Pensioenraad".

b. voor de burgerlijke ambtenaren, bedoeld in het vorig artikel, onder I b:

In het eerste lid van art, 7 wordt voor ,,als burgerlijk ambtenaar" en in het derde lid van dat artikel wordt voor ,,als burgerlijk ambtenaar of als burgerlijk ambtenaar en als leeraar, onderwij ze* of gemeente-ambtenaar", gelezen: „als ambtenaar in den zin der Pensioenwet 19...".

Uit het derde lid van art. 7 vervallen de woorden ,,, behalve in het geval, genoemd in het Vierde lid,".

In het eerste lid van art. 11 en in de eerste zinsnede van art. 12, lit. b, wordt voor ,,,van het in het tweede," gelezen: ,',of"; uit de beide bepalingen vervallen de woorden ,,of van het in het vierde".

In de eerste zinsnede van art. 12, lit. b, wordt voor ,,het

gevolg zijn, hetzij hebben voorgedaan", gelezen

,,het rechtstreeksch gevolg zijn van de uitoefening van hun dienst, doch niet aan hun schuld of onvoorzichtigheid zijn te wijten".

c. voor den inkoop van pensioen van de in het vorig artikel onder 7c bedoelde diensten:

In het vijfde lid van art. 15 wordt voor ,,als burgerlijk ambtenaar of als leeraar" gelezen: ,-pils ambtenaar in den zin der Pensioenwet 19..." en voor ,,wanneer hij een ook over ontvangt", ,,uit het bij art. 1 dier wet inge¬

stelde fonds".

d. Uit art. 45 vervallen de woorden „verleend aan andere dan burgerlijke ambtenaren" en de woorden ,,en in dat van de opzichters van den Waterstaat".

In het vierde lid van art. 53 wordt voor „Het bepaalde bij het voorlaatste lid van art. 9" gelezen: „Art. 56 der Pensioenwet 19...".

14

Sluiten