Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. Wetten tot wijziging van de Burgerlijke Pensioenwet:

a. voor den inkoop voor pensioen van de in het vorig artikel onder II a bedoelde diensten:

In het eerste lid van art. 2 der wet van 9 April 1897 (Staatsblad n°. 85) wordt voor „letter c van het thans nader vastgestelde artikel 9 der wet van den 9den Mei 1890 (Staatsblad n°. 78)" gelezen: „artikel 14e der Burgerlijke Pensioenwet" ; en wordt tusschen „oorspronkelijk" en „luidde" ingevoegd: „als art. 9, lit c".

In het eerste lid van art. 4 der bij de wet van 6 Juni 1900 (Staatsblad n°. 103) gewijzigde wet van 28 Juni 1898 (Staatsblad n°. 152) wordt voor „artikel 9a" gelezen: „art. 14a" en voor „art. 9bis", „art. 15".

In het eerste lid van art .5 dier wet wordt voor „artikel 9bis". gelezen: „art. 15". Van dit lid vervalt de laatste zin.

b. voor den inkoop voor pensioen van de in het vorig artikel onder II c bedoelde diensten:

In het vijfde lid van art. VI der wet van 21 Juni 1913 (Staatsblad n°. 303), gewijzigd bij de wet van 26 Maart

1917 (Staatsblad n°. 256) wordt voor: „uit de Staatskas

eene gemeente" gelezen: „van een openbaar lichaam, hetzij pensioen ten laste van het bij art. 1 der Pensioenwet 19..." ingestelde fonds".

III. Pensioenwet voor de gemeenteambtenaren 1913, gewijzigd bi] de wetten van 15 April 1916 (Staatsblad n°. 30) en 3 April 1919 (Staatsblad n°. 142).

a. voor de gewezen gemeente-ambtenaren, bedoeld in het vorig artikel, onder III a:

In het tweede lid van art. 3 wordt voor „als gemeenteambtenaar", gelezen: „als ambtenaar in den zin der Pensioenwet 19...".

In het eerste lid van art. 26 wordt voor „bet Departement van Financiën", gelezen: „den Pensioenraad".

b. voor de gemeente-ambtenaren, bedoeld in het vorig artikel, onder III b:

In het eerste lid van art. 8 wordt voor „als gemeenteambtenaar" en in het derde lid van dat artikel wordt voor „als gemeente-ambtenaar, of als gemeente-ambtenaar en als burgerlijk ambtenaar, leeraar of onderwijzer" gelezen: „als ambtenaar in den zin der Pensioenwet 19...".

Uit het derde lid van art. 8 vervallen de woorden °,— behalve in het geval genoemd in het vierde lid —".

In art. 12 wordt voor „,van het in het tweede," gelezen: „of". Uit dat artikel vervallen de woorden: „of van het in het vierde". '$yfÊÈ

In art. 13 wordt voor: „het gevolg is art. 3

lit. 6", gelezen: „veroorzaakt is door ziekten of gebreken die het rechtstreeksch gevolg zijn van de uitoefening van zijn dienst, doch niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid zijn te wijten".

c. voor den inkoop voor pensioen van de in het vortg artikel onder III c bedoelde diensten.

In het eerste lid van art. 47 wordt voor: „het Rijk of van eene provincie, op zijne Rijks of provinciale" gelezen: „een ander openbaar lichaam, op zijne".

In het derde lid wordt voor „een gemeenteambtenaar, een burgerlijk ambtenaar, een leeraar of een onderwijzer" gelezen: „een ambtenaar in den zin der Pensioenwet 19...".

IV. Pensioenwet voor de bijzondere leeraren 1913, gewijzigd bij de wet van 26 Maart 1917 (Staatsblad n°. 253):

a. voor de gewezen leeraren, bedoeld in het vorig artikel, onder IV a:

In art. 3, vierde lid, d, wordt voor „als leeraar" gelezen: „als ambtenaar in den zin der Pensioenwet 19...".

Sluiten