Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit het tweede lid vervalt: ,,18, negende lid, 19, 20 eti 22" ; in dit lid wordt achter het woord „Weduwenwet" ingevoegd: „zoomede titel VII, hoofdstuk III en de titels IX tot en met XII der Pensioenwet 19 "

Aan dat artikel wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende als volgt:

„3. De aanvragen om pensioen en de voor de regeling van het pensioen benoodigde stukken, benevens die welke voor de inning van het pensioen moeten worden overgelegd, zijn vrij van zegelrecht."

Artikel 161.

In verband met de invoering van deze wet worden de hieronder genoemde wetten als volgt gewijzigd:

In art. 21 der Pensioenwet voor de landmacht 1902, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 April 1915 (Staatsblad n°. 191) en in art. 21 der Pensioenwet voor de zeemacht 1902, laatstelijk gewijzigd zij de wet van 16 April 1915 (Staatsblad n°. 192) wordt voor „wet tot regeling van de pensioenen der burgerlijke ambtenaren" gelezen: „Pensioenwet 19 "

In lit. a van art. 10 der Loodspensioenwet 1905, gewijzigd bij de wet van 17 Juni 1918 (Staatsblad n°. 400) wordt voor: „of van het Pensioenfonds voor de gemeente-ambtenaren", gelezen: „of van het bij art. 1 der Pensioenwet 19 ingestelde fonds". •

In lit. b. wordt voor: „van burgerlijke pensioenen

zin dier wet", gelezen: „van pensioenen van ambtenaren in

den zin der Pensioenwet 19 en bij de ter beoordeeling

van de pensioensaanspraken van zoodanige ambtenaren".

In ait. 41 dier wet wordt voor „burgerlijk pensioen" gelezen: „pensioen, verleend krachtens de Pensioenwet 19 "

en voor „de Burgerlijke Pensioenwet", „die wet",

In art. 4, lit. a, der Weduwenwet voor de landmacht 1909, gewijzigd bij de wet van 17 Juni 1918 (Staatsblad n". 404) wordt voor „het Weduwen- en weezenfonds voor burgerlijke ambtenaren", gelezen: „het bij art. 1 der Pensioenwet 19 ingestelde fonds."

In art. 42 dier wet wordt voor: „Artikel 21 der Weduwenwet voor de ambtenaren, tweede lid, sub a—h" gelezen: „Art. 26, eerste lid, der Pensioenwet 19 ".

In art. 5, lit. a, der Weduwenwet voor de zeemacht 1909, gewijzigd bij de wet van 17 Juni'1918 (Staatsblad n°. 405) wordt voor „ingesteld bij de Weduwenwet voor de ambtenaren 1890" gelezen: „ingesteld bij de Pensioenwet 19

In art. 42 dier wet wordt voor: „Artikel 21 dër Weduwenwet voor de ambtenaren, tweede lid, sub a—A" gelezen: „Art. 26, eerste lid, der Pensioenwet 19 ".

In art. 1 der Weduwenwet voor de Rijkswerklieden 1914 wordt voor: „het weduwen- en weezenfonds voor burgerlijke

ambtenaren" gelezen: „het bij art.- 1 der Pensioenwet 19

ingestelde fonds".

Uit art. 2, A, 2°, a, dier wet vervallen de woorden: „met uitzondering van dat, bedoeld in art. 50 der Pensioenwet voor de gemeente-ambtenaren 1913."

In bet eerste lid van art. 44 dier wet wordt voor: „De

artt. 33 en 34. Burgerlijke Pensioenwet" gelezen:

„De artt. 107, 111 en 112 der Pensioenwet 19 ".

Het tweede lid van dat artikel vervalt.

Artikel 162.

Bepalingen ter uitvoering van deze wet worden vastgesteld bij algemeenen maatregel van bestuur.

Sluiten