Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. de Weduwenwet voor de onderwijzers 1905 (wet van 5 Juni 1905, Staatsblad 253), zooals die is gewijzigd en aangevuld bij de wet van 20 Juni 1913, Staatsblad n°. 299, voor de weduwen en weezen van leeraren aan bijzondere gymnasia en aan bijzondere hoogere burgerscholen;

11. de wet van 23 Mei 1917, Staatsblad n°. 426, voor de weduwen en weezen van vóór 1 Januari 1906 overleden gepensionneerde of op wachtgeld gestelde onderwijzers.

Reeds het groote aantal wetten, waarover de pensioenwetgeving is verstrooid, maakt een overzicht weinig gemakkelijk. Daarbij komt, dat de stuksgewijze opbouw van het geheel noodwendig lacunes moest laten (zoo vallen b. v. slechts sommige provinciale ambtenaren onder een wettelijk geregelde pensionneering) en niet steeds de gelegenheid heeft gegeven, de zaak op voor de hand liggende wijze te regelen. Een sterk voorbeeld daarvan is de wet van 5 Juni 1905, Staatsblad n°. 154, die het onderwijzend personeel van bepaalde gemeentelijke scholen voor de toepassing der bepalingen omtrent pensioen aanmerkt als burgerlijke ambtenaren. Het is volkomen begrijpelijk, dat men in 1905 dien weg insloeg, toen immers de pensionneering van gemeenteambtenaren nog niet bij de wet was geregeld. Maar sinds de wetten van 1913 tot stand kwamen, is de regeling van 1905 verwarringstichtend. Zij geldt bovendien alleen voor het onderwijzend personeel aan de bedoelde scholen. De conciërge en de amanuensis van de gemeentelijke hoogere burgerschool zullen dus vallen onder de Pensioenwet voor de gemeenteambtenaren 1913, terwijl de leeraar aan diezelfde school voor zijn pensioen wordt beheerscht dooide Burgerlijke Pensioenwet.

Maar ook in de onderdeelen ontbreekt bij de verschillende wetten de noodige uniformiteit, al is dan ook in 1913, wat de Burgerlijke Pensioenwet en de Pensioenwet voor de gemeenteambtenaren betreft, een zekere eenheid tot stand gebracht. Echter werd eenheid over de geheele lijn daarmee allerminst verkregen. Men denke b.v. slechts aan de bepalingen over de bedrage. Terwijl de Burgerlijke Pensioenwet een, in enkele jaren te betalen, afloopende korting heeft, geldt voor gemeenteambtenaren en onderwijzers een doorloopende korting, die, wat betreft de bijzondere onderwijzers, weer verschillend is, naarmate zij aan een gewone lagere school of aan een kweekschool werkzaam zijn. Ook denke men aan bepalingen omtrent den diensttijd, die in aanmerking kaïï worden gebracht. Zijdelingsche Staatsdienst komt b.v. alléén in aanmerking, als hij is gevolgd door aanstelling in een burgerlijke betrekking in den zin der Burgerlijke Pensioenwet, niet als er toch evenzeer pensioensgerechtigde gemeentedienst op is gevolgd. Ook kan alleen zijdelingsche Staatsdienst worden ingekocht, niet zijdelingsche gemeentedienst.

Een dergelijke ongelijkmatigheid wordt vooral gevoeld nu tegenwoordig veel meer dan vroeger, dezelfde persoon in den loop van zijn diensttijd in verschillende betrekkingen pleegt over te gaan en dus successievelijk onder verschillende pensioenregelingen valt. Ook ten aanzien van in tijdelijken dienst doorgebrachte jaren doet zich de bestaande ongelijkmatigheid gevoelen. Zoo tellen voor leeraren aan gemeentescholen die recht op pensioen hebben krachtens de wet van 5 Juni 1905 (Staats blad 154), de door hen vóór 1906 vervulde tijdelijke diensten niet mee; voor de leeraren aan Rijksscholen, die steeds burgerlek ambtenaar zijn geweest, wat de andere groep sinds 1906 ook is, worden die jaren wél in aanmerking genomen. De onderwijzers bij het lager onderwijs moeten hunne bij het bijzonder lager onderwijs vóór 1 Januari 1906 bewezen diensten, willen die diensten bij de berekening van het pensioen niet verwaarloosd worden, krachtens artikel 72 der Lager Onderwijswet inkoopen. Zou echter zulk een onderwijzer die diensten niet hebben ingekocht en'zou hij later burgerlijk ambtenaar worden en als zoodanig worden gepen sionneerd, dan zou de geheele diensttijd, zonder betaling eener inkoopsom, voor het pensioen in aanmerking komen. Een gemeenteambtenaar kan vóór 1 October 1913 vervulden

Sluiten