Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel desniettegenstaande in de pensioenregeling kunnen opnemen, maar dat zou er toe leiden dat men als „ambtenaren" allerlei personen opnam, die feitelijk in het geheel niet het karakter van ambtenaar dragen. Aan den anderen kant kan men ook niet allen uitsluiten, wier wedde in dienst van het waterstaatslichaam minder dan een zeker bedrag zou zijn. Hoeveel er op zich zelf ook voor is te zeggen dat personen met een minimale vergoeding, die zich zelf geenszins als ambtenaar beschouwen en het in de schatting hunner medeburgers ook niet zijn, buiten eene pensioenregeling worden gehouden, die hun bovendien niet dan enkele guldens per jaar aan pensioen zou kunnen geven — practisch ontmoet een dergelijke algemeene uitsluiting bezwaar, speciaal ook bij de waterschappen, waar het geval immers veelvuldig is, dat een persoon tal van kleine betrekkingen vervult en daardoor ten slotte toch van de gezamenlijke, ieder op zich zelf minimale, vergoedingen leeft. Het ontwerp heeft de zaak daarom in dier voege trachten op te lossen, dat het in de eerste plaats de eigenlijke bestuurders (die met wethouders op één lijn zijn te stellen) uitsluit, en de ambtenaren wèl allen onder de algemeene regeling heeft gebracht, maar aan de waterschappen, veenschappen en veenpolders zelf de bevoegdheid heeft gegeven, bepaalde personen uit te zonderen. Aldus kan, geval voor geval, worden nagegaan of redenen tot uitsluiting aanwezig zijn en kan ten slotte een regeling worden tot stand gebracht, die zich zoo goed mogelijk aan de werkelijke toestanden aansluit. Intusschen kan de beslissing niet zonder eenige beperking worden gelegd in handen van de betrokken lichamen zelf. Zij zullen immers mede financieel belanghebbende zijn bij die beslissing, in verband met de premiebetaling en hun aandeel in den inkoop, en bovendien bestaat bij die talrijke deels zeer kleine lichamen niet steeds voldoende waarborg, dat de ruime blik voor de in de toekomst gelegen belangen, die hier wordt vereischt, aanwezig zal zijn. Het is daarom dat de regeling aldus is opgezet,- dat wèl het initiatief voor de uitzondering moet uitgaan van het betrokken waterstaatslichaam (doet het niets, dan kómen de ambtenaren in zijn dienst allen vanzelf onder de pensioenregeling), maar dat de uitzondering niet tot stand komt dan na goedkeuring door de Koningin. Aldus wordt genoegzaam gewaarborgd dat de uitzonderingen tot het redelijke zullen blijven beperkt en wordt ook een zekere eenheid over het geheele land verkregen.

Nog kan de vraag worden gesteld of men wel op den goeden weg is, door opneming ook van de waterschapsambtenaren in het algemeene Rijksfonds voor te stellen. M. a. w. of een dergelijke centralisatie aanbeveling verdient en of niet liever moet worden voorgesteld dat althans de groote, thans reeds in het bezit van een eigen pensioenregeling zijnde, lichamen die regeling zouden kunnen handhaven. Ook zou het denkbaar zijn, dat de pensioenregeling op provincialen grondslag werd opgetrokken, zoodat dus voor ieder gewest een \ eigen fonds met een eigen regeling zou komen te ontstaan. Dit laatste achtte het ontwerp minder wenschelijk met het oog op de moeilijkheid, waarin dan met name provinciën met een zeer klein aantal waterschapsambtenaren bij hare pensioenregeling zouden komen te verkeeren. Bovendien zou dan de eenheid over het geheele land komen te ontbreken — waartegenover niet als argument voor eene provinciale regeling zou kunnen worden aangevoerd, dat aldus het bestaande, historisch gewordene, in stand bleef, al moet worden erkend, dat juist in den allerlaatsten tijd de oplossing door provinciale regelingen meer actueel is geworden. Meer zou te zeggen zijn voor het andere alternatief: behoud, onder zekere waarborgen, van hetgeen de waterschappen zelf -reeds hadden gedaan. In het hiernevensgaande ontwerp is echter in deze richting ten slotte geen voorstel gedaan, eensdeels omdat dit standpunt bepaaldelijk is verworpen bij de pensioenwet voor de gemeenteambtenaren 1913, waarbij voor deze oplossing zeker veel meer zou zijn te zeggen geweest, andersdeels omdat de betreffende pensioenregelingen slechts bij enkele groote waterschappen van eenige beteekenis zijn en ook daar trouwens nog

Sluiten