Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

recht op pensioen te kunnen doen gelden, een bepaalden leeftijd hebben bereikt, invalide zijn of door opheffing zijner betrekking buiten werk zijn gekomen, terwijl de niet op zijn verzoek ontslagene in bepaalde gevallen een recht op uitgesteld pensioen verkrijgt. Anders bestaat een recht op pensioen niet.

Het ontwerp heeft zich in de eerste plaats de vraag gesteld of dat stelsel moet blijven behouden', dan wel of aan ieder, die den dienst verlaat, een pensioen, zij het misschien slechts een uitgesteld pensioen, moet worden verzekerd. Dat laatste stelsel is echter niet aanvaard. Uitgegaan is van de overweging, dat de voor de pensionneering der ambtenaren beschikbare gelden op zulk een wijze moeten worden besteed dat zooveel mogelijk nut wordt gedaan in de gevallen, waarin aan pensioen werkelijk behoefte bestaat. En dan komen zij die op eigen verzoek den dienst verlaten en niet op grond van hun leeftijd of hun lichamelijke gesteldheid aanspraak op pensioen kunnen maken, niet voor pensioen in aanmerking. Dat zij den dienst verlaten, zal zijn oorsprong vinden in de omstandigheid dat zij hun belang beter gediend achten, door van werkkring te veranderen. Gewoonlijk zal een betrekking worden aanvaard, die beter bezoldigd wordt of ruimer perspectief opent. Maar is dat zoo, dan is voor het verleenen van pensioen aan de hier bedoelde personen geen plaats. Wè^ heeft het ontwerp er zich rekenschap van gegeven dat het bij het tegenwoordige en behouden stelsel van medetelling van alle dienstjaren mogelijk is, zich op den duur toch een pensioen te verzekeren doordat men nog korten tijd een nieuwe functie in dienst van een publiekrechtelijk lichaam aanvaardt, welke functie zelfs van slechts zeer bijkomstigen aard kan zijn. Daarin ligt ongetwijfeld de mogelijkheid van misbruik. Maar aangenomen mag worden, dat het bezwaar kleiner wordt als men niet langer volgt het stelsel van bevestiging van pensioensgrondslagen en voorts dat mag worden vertrouwd op de medewerking der in aanmerking komende publieke besturen om misbruiken langs dezen weg niet in de hand te werken.

Ook op grond van een ander gevreesd misbruik is wel bepleit om aan ieder die den dienst verlaat, recht op pensioen ie geven. Immers, aldus heeft men beweerd, ook thans wordt soms wel hetzelfde resultaat bereikt, doch langs min of meer slinkschen weg. Hij die den dienst verlaat en nog niét in de termen valt van het leeftijdspensioen, laat zich keuren en zal er in vele gevallen in slagen, zich te doen afkeuren en dus een invaliditeitspensioen te bemachtigen, hoewel hij in zijn oude betrekking behoorlijk mee kon en door zijn lichaamstoestand niet wordt weerhouden van het aanstonds aanvaarden van een nieuwe functie. Zou nu ook aan niet-invaliden een pensioen worden gegeven, dan zou langs den rechten weg worden verkregen wat thans, tot schade van de moraliteit, langs kronkelpaden wordt bemachtigd. Ook deze redeneering echter schijnt niet klemmend. In de eerste plaats zou zij er toe leiden om, op het voetspoor van hetgeen voor invaliditeitspensioen wordt bepaald en wel zal moeten blijven worden bepaald, aan wellicht jonge menschen die hun belang beter gediend achten door in een particuliere betrekking over te gaan, aanstonds een blijvend pensioen te verleenen, waarmede echter het rechtsgevoel allerminst zou worden bevredigd. Maar bovendien, als men vreest voor misbruiken bij de keuring — en zulke misbruiken zullen inderdaad wel eens voorkomen, al zullen zij uitzondering zijn — ligt het toch meer voor de hand om te trachten in de regeling van de keuring verbetering te brengen dan dat men zou beproeven, de geheele keuring overboord te werpen. Overigens zou men in dit laatste toch niet slagen. Immers zouden de werkelijk-invaliden zich ongetwijfeld veelal niet bevredigd gevoelen als hun hetzelfde pensioen werd toebedeeld als aan den valide, die in een andere betrekking was overgegaan. Zij zouden trachten, zich een hooger pensioen te verzekeren, wat alleen zou kunnen worden verkregen door een pensioen wegens in en door den dienst ontstane ongeschiktheid aan te vragen. Het aantal dergelijke aanvragen zou ongetwijfeld aanzienlijk rijzen, maar dan zou het doel,

Sluiten