Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pensioen; en een ander deel, dat moet worden beschouwd als een vergoeding van de speciale schade, welke de dienst aan den ambtenaar heeft toegevoegd. In het eerste gedeelte wordt op de boven ontwikkelde gronden geen verandering gebracht tijdens den duur der pensionneering. Wèl echter in het tweede, als uit de feiten blijkt dat de schade, die tot de extra-vergoeding leidt, niet meer bestaat. Men zie artikel 66. Het artikel zorgt dat genoegzame waarborgen worden gesteld tegen een hanteering van de gegeven bevoegdheid zonder dat de noodige omzichtigheid zou worden betracht. De op dit stuk gedane voorstellen zullen, naar mag worden vertrouwd, ei toe medewerken dat eenerzijds maximum-pensioen zal kunnen worden verleend in gevallen waarin zulks redelijk is doch thans niet kan plaats hebben, anderzijds dat de verhooging niet steeds levenslang wordt genoten, maar slechts zoolang daartoe werkelijk aanleiding bestaat.

Tot verschil van meening kan nog de vraag aanleiding geven, hoe de invaliditeit moet worden bewezen. Dat een geneeskundig onderzoek aan de uitspraak moet vooraf gaan spreekt vanzelf en is uit de bestaande regeling overgenomen' Maar wel kan de vraag zijn, welke de rol zal zijn der medici' welke die van het overheidsorgaan, dat ten slotte de uitspraak omtrent de ongeschiktheid doet. Dat het eindoordeel niet toekomt aan de geneeskundigen, is volkomen rationeel. De vraag of iemand op grond van zijn toestand voor een bepaalde betrekking ongeschikt is, is niet slechts een medische vraag. Zij wordt niet alleen beslist door .de overweging hoe de lichamelijke of geestelijk gesteldheid is, maar ook door de eischen, welke de uitoefening van het beroep stelt. En op dat laatste gebied is de medicus zeker niet bij uitnemendheid deskundig. Daarbij komt ook nog, dat de gevoelens uiteen loopen over de vraag, of bepaalde abnormaliteiten — men denke bijv. aan drankzucht en dergelijke — onder ziekten en gebreken" zijn te rangschikken, dan wel als zedelijke verschijnselen zijn aan te merken. Ook het oordeel over dergelijke vragen, waarvan ten slotte het recht op pensioen afhangt behoort niet aan de medici, maar aan het publiek gezag toé te komen. De verhouding moet derhalve aldus zijn dat de geneeskundigen den toestand vaststellen waarin de betrokkene lichamelijk en geestelijk verkeert, en dat op dat gebied der feiten de administratie niet vrij is, een van de deskundigen afwijkenden toestand aan te nemen, al zal zij wel vrij moeten zijn om de geconstateerde feiten te interpreteeren, met name dus om vast te stellen of een bepaalde gebleken abnormaliteit als een „ziekte of gebrek" in den zin van de Pensioenwet moet worden beschouwd; dat voorts de geneeskundigen een advies geven over de vraag of de waargenomen feiten vermoedelijk in verband staan met de ambtsuitoefening en • tot gevolg hebben ongeschiktheid voor den dienst, maar dat het eindoordeel over die vragen geheel zelfstandig door het beslissend administratiefrechterlijk gezag wordt geveld

De taak van de medici, schoon niet beslissend, is uiteraard in de pensioenprocedure van groote beteekenis. Het is'daarom ook zaak, hen zoo goed mogelijk toe te rusten voor de door hen te verrichten werkzaamheid. Zij moeten daarom de beschikking hebben over alle door hen gewenschte stukken, die hcht kunnen geven over de oorzaak en den aard der gebreken lrouwens komt de tegenwoordige praktijk, die veelal mede den behandelenden arts aan het onderzoek doet deelnemen reeds tegemoet aan het bezwaar, dat de medici den patiënt met nauwkeurig zouden kennen en daardoor licht niet met volledige kennis der omstandigheden zouden oordeelen. Zooveel mogelijk moet er naar worden gestreefd, dat bezwaar te ontgaan, waartoe o. a. is bevorderd, dat de medici inzage zullen kunnen Krijgen van alle voor de beoordeeling van den toestand h i belangrijke stukken (voor zooveel die stukken althans niet geheim behooren te blijven). Ook is in dien gedachtengang wel bepleit om in gevallen, waarin de betrokkene stond onder de controle van een bepaalden geneesheer — men denke aan den geneeskundigen dienst in de groote steden, en dgl. — dien geneesheer aan het onderzoek te doen deelnemen. Te ontkennen valt

Sluiten