Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet, dat daarin een middel kan liggen om over den te onderzoeken persoon zoo goed mogelijk te worden ingelicht. Maar aan den anderen kant zie men het bezwaar niet voorbij dat in het zitting nemen van dergelijke controleerende geneesheeren in de Commissie kan zijn gelegen en dat hierop neerkomt dat die medici, die tot taak hebben om speciaal het belang van den dienst in het oog te vatten, door de betrokkenen als niet geheel onpartijdig zullen worden beschouwd. Een bepaald voorschrift om hen deel van de keuringscommissie te doen uitmaken, zou dan ook niet wenschelijk zijn. Een gelijksoortig bezwaar — zij het dan in juist tegenovergestelde richting werkend — bestaat in het medewerken door den huisarts aan het uit te brengen advies, al is het van groote beteekenis, dat de arts, die den gekeurde het best kent, zijn ambtgennoten over hem kunne inlichten. Daarom is in artikel 71 een regeling getroffen, die dit laatste verzekert en het evenbedoelde bezwaar vermijdt, terwijl — wat den controleerenden geneesheer betreft — aan het uitvoerend gezag is overgelaten of hij al of niet als keurend geneesheer mede zal worden aangewezen, terwijl, is dat niet het geval, zooveel mogelijk een van hem afkomstig rapport over den ambtenaar ter kennis van de keurende doktoren moet worden gebracht.

Wat de aanwijzing, in een bepaald geval, van die doktoren betreft, is — behoudens het evenvermelde en in artikel 71 neergelegde verschil — het ontwerp van oordeel dat in hoofdzaak het bestaande kan worden overgenomen. In ieder individueel geval zullen dus de medici door den burgemeester worden aangewezen uit de op een lijst voorkomende doktoren. Hun belooning zal, evenals tot nog toe, worden geregeld, niet in de wet zelve, maar in een regeling ter uitvoering van de wet. Het behoeft weinig betoog dat het bedrag dier belooning verband zal moeten houden met de schaal der belooningen van medische verrichtingen in het algemeen.

De aanwijzing van de keurende doktoren in ieder speciaal geval, zoodat telkens weer anderen kunnen worden benoemd, heeft echter één niet te miskennen bezwaar, n.1. dat gebrek aan uniformiteit bij de behandeling der onderscheidene gevallen kan, en allicht zal, komen te heerschen. Wèl is het beslissend gezag vrij om telkens zijn eigen conclusie uit de feiten te trekken en kan bij het maken van die conclusiën een algemeene Hjn worden gevolgd, maar ook reeds bij het vaststellen der feiten kan een zekere eenheid niet worden gemist. Dat behoeft intusschen niet te leiden tot het aanwijzen van bepaalde doktoren, Staatsambtenaren, die met uitsluiting van alle anderen, alle keuringen voor de Pensioenwet zullen verrichten. Dit heeft weer andere bezwaren. Het ontwerp is van oordeel dat aan de behoefte aan éénheid voldoende kan worden tegemoet gekomen door aan den Pensioenraad, het in den gedachtengang van het wetsontwerp beslissend College, een medisch adviseur toe te voegen, die moet zorgen dat de noodige eenheid in de rapporten, waarop de Raad heeft recht te doen, niet ontbreke. Natuurlijk moet dit niet zóó worden cpgevat, dat de medicus aan zijn collega's in den lande zou voorschrijven hoe zy bij hun keuringen te werk zullen moeten gaan. De arbeid van den onderzoekenden dokter is een wetenschapppelijke, die naar zijn inzicht en met inachtneming van de bijzonderheden van het 'speciale geval, heeft te geschieden. Maar dit neemt niet weg dat er bepaalde beginselen zijn, die door zulk een centraal gezeten medicus met de gezamenlijke keuringsdoctoren kunnen worden besproken en met hem kunnen worden overeengekomen, en ook dat hij bevoegd kan worden gemaakt om in bepaalde gevallen, waarin hij het keuringsrapport onvolledig of onduidelijk acht, een aanvullende verklaring te verzoeken. Juist het overleg van een deskundige met deskundigeii zal, als het met den noodigen tact geschiedt, tot een goed resultaat kunnen leiden.

Bovendien zal zulk een aan den Pensioenraad verbonden medicus zyn voorlichting kunnen geven om de onderzoekingen zooveel mogelijk in de juiste richting te leiden. Het kan n.1. zijn, dat in een bepaald geval het wenschelijk is, het gevoelen van bepaalde deskundigen, specialiteiten op bepaald gebied, over het keuringsrapport te vragen. Voor de beoordeeling en

Sluiten