Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de bepaling inzake het hier bedoelde pensioen zal voorzooveel noodig bij het artikel nog worden teruggekomen. Slechts worde er hier reeds de aandacht op gevestigd, dat de terminologie van het pensioenrecht wegens in en door den dienst verkregen ziekten en gebreken is verruimd. Bestaat dat recht thans alleen wanneer (gelijk het in de wetten van 1913 heet) die ziekten of gebreken „het gevolg zijn hetzij van tegen den ambtenaar gepleegde gewelddadigheden, hetzij van andere bijzondere'omstandigheden, die zich bij de uitoefening van den dienst niet door zijn schuld of onvoorzichtigheid hebben voorgedaan", volgens het nieuw ontworpen artikel zal het verhoogd pensioen kunnen worden verkregen wanneer de ziekten of gebreken „het rechtstreeksch gevolg zijn van de uitoefening van den dienst doch niet aan de schuld of onvoorzichtigheid van den ambtenaar zijn te wijten". Daardoor wordt gebroken met het vereischte, dat de oorzaak een bijzondere omstandigheid moet zijn. Die eisch leidt in de praktijk tot onbillijkheid en onzekerheid. Wat toch is een „bijzondere" omstandigheid, die zich bij de uitoefening van het bedrijf heeft voorgedaan? Is het een ongeval bij den dienst opgedaan? De practijk antwoordt bevestigend, hoewel theoretisch misschien ware vol te houden, dat in bepaalde omstandigheden bij bepaalde bedrijfsuitoefeningen de kans op een ongeval zóó groot is, dat het ongeval, treedt het in, eigenlijk niet iets bijzonders kan worden genoemd. Maar noemt men een ongeval een bijzondere omstandigheid, dan zou misschien niet zonder grond kunnen worden beweerd, dat hetzelfde het geval is ten aanzien van een beroepsziekte. Het eerste treedt plotseling op, het andere pleegt geleidelijk tot ontwikkeling te komen. Maar een principieel onderscheid met het oog op het pensioen is er tusschen beide toch eigenlijk niet. In beide gevallen is door de uitoefening van het beroep een schade opgeloopen, waarvoor, nu ongeschiktheid voor de verdere uitoefening volgde, in den vorm van pensioen vergoeding behoort te worden gegeven. Zoo zijn er meer moeilijkheden bij de beoordeeling in de practijk, waar het „bijzondere" ophoudt en het „normale" begint. Het kan niet anders of er ontstaat een opportunistische interpretatiemethode, waarbij, in geval een verhoogd pensioen billijk wordt geacht, er naar wordt gestreefd om de omstandigheden van dat geval onder de „bijzondere" te rangschikken, dikwijls te wringen. Maar, wat de hoofdzaak is, het criterium ligt eigenlijk niet in het al of niet normale van de ongeschiktheid veroorzakende omstandigheid, maar in de vraag of de ziekten of gebreken, die de ongeschiktheid teweegbrachten, het rechtstreeksch gevolg kunnen worden geacht van de beroepsuitoefening. Aan de practijk wordt daarom die ruimere formule ter hanteering overgegeven. De praktijk zal aan die formule haar inhoud moeten geven. Aangenomen mag worden, dat de gekozen redactie volle ruimte laat om aan alle eischen van de practijk tegemoet te komen, maar aan den anderen kant, door den eisch van het rechtstreeksch gevolg, alleen die gevallen omvat, waarin redelijkerwijs van een verhoogd pensioen sprake behoort te zijn Volgens de tegenwoordige wetgeving ontstaat voorts recht op pensioen, als de ambtenaar na een diensttijd van althans 10 jaren wordt ontslagen wegens opheffing van zijn betrekking of reorganisatie van zijn dienstvak en hem geen of een lager wachtgeld wordt toegekend of zijn wachtgeld vervalt. Die grond is door het ontwerp behouden, met dien verstande, dat ook hier de termijn van 10 jaar is gebracht op 7 jaar. Voorkomen moet voorts worden, dat het pensioen wegens opheffing eener betrekking onverkort wordt genoten naast de wedde in een, geheel gelijksoortige betrekking waartoe men na de pensionneering wordt benoemd. Men denke bijv. aan den burgemeester van een geannexeerde gemeente, die na zijn pensionneering burgemeester van een andere gemeente zou worden. Daarvan is op bladz 10 reeds gesproken. Het ontwerp behelst hieromtrent een speciale bepaling (artikel 62, tweede lid).

Moeten, behalve de in het voorgaande behandelde, nog andere gevallen leiden tot toekenning van pensioen? In het voorafgaande is reeds rekenschap gegeven, dat en waarom een pensioen,

Sluiten